Trainen door te gamen, het is bittere ernst bij Defensie: “De doden zijn het rechtstreeks gevolg van je fouten”

21/12/2019, 11:05
Belgische militairen gamen met SWORD een nieuw geavanceerd simulatiesysteem
© Hemerijckx

Oorlog is geen spel, maar in de kazerne van Leopoldsburg worden bevelhebbers en andere militairen met een soort game klaargestoomd voor het échte werk. Dankzij SWORD, een nieuw geavanceerd simulatiesysteem, kan dat efficiënter en sneller dan ooit. De wapens, de voertuigen, het terrein… alles wordt gesimuleerd. “Van de Vlaamse kust tot Afghanistan, het kan allemaal.”

Iemand roept bevelen door een krakerige radio. Grote schermen tonen gecompliceerde kaarten bezaaid met pionnen en lijnen. “We worden beschoten, er zijn gewonden, versterking gevraagd”, schalt het in het Engels door de ruimte. Militairen telefoneren en lopen heen en weer. Tactici overleggen wat de volgende stappen zijn. “Onze verkenner is niet teruggekomen”, zegt de bevelhebber bij het Regiment Ardense Jagers. “We zijn sneller onder vuur gekomen dan verwacht en we zijn een volledig peloton kwijt. 40 manschappen. Veel gewondenen helaas ook doden.”

Een andere militair zit gekluisterd aan een soort futuristische tablet. Hij is naarstig commando’s aan het geven aan de manschappen rond het vuurgevecht, maar de versterking blijft uit. Een divisie tanks heeft zich vastgereden in een rivier. Het is dodelijke ernst, de spanning is te snijden. Net echt.

Veel efficiënter

“Trainen door te gamen”, is de slagzin van het Centrum voor Simulaties (CSIM) van de Belgische Defensie. “Maar spelen doen we hier niet”, zegt majoor Kurt Vanderheyden die het trainingscentrum leidt. Vroeger gebeurden zulke trainingen met een soort RISK-bordspellen en Stratego. Daarna werden die plannen en tactieken uitgetest met grootschalige militaire oefeningen in het veld. “Die oefeningen zijn nog steeds waardevol, maar ze zijn tijdrovend en bijzonder duur. Voor een live-simulatie van een offensieve veldslag moeten we duizenden manschappen mobiliseren.”

Dankzij een nieuwe systeem, SWORD (Simulation and War-gaming for Operational Readiness and Doctrine), en artificiële intelligentie kunnen voltallige commandoposten virtueel en griezelig realistisch oorlog voeren in een digitale war room. “IT-personeel meegerekend, is bij zo’n simulatie om en bij de 80 man betrokken. Zo kunnen bevelhebbers enorm kostenbesparend en veel efficiënter trainen.”

Artificiële intelligentie

De uitrusting en radio’s zijn écht, maar het slagveld is een resem schermen met landkaarten. “Van de Vlaamse kust tot Afghanistan, we kunnen het allemaal”, zegt de majoor. “Alles staat erop. Zelfs een beekje van 10 cm diep zal je op zo’n kaart vinden. Het is niet gebaseerd op de realiteit, het ís de realiteit.”

Op die digitale kaarten staan pionnen en blokjes die regimenten en divisies voorstellen. Zij krijgen bevelen – ga naar punt x, open het vuur, terugtrekken…. – van de bevelhebbers via computers en tablets. Die pionnen, gestuurd door artificiële intelligentie, volgen de bevelen gedwee, maar rationeel op. Beveel een tank om in de zee te rijden en hij zal halt houden.

“Het is veel meer dan bewegen en schieten. Ze moeten ook gewonden afvoeren, wegversperringen opruimen, bommen ontmijnen… Indien ze contact maken met de vijand, zullen ze dat ook doorgeven aan de bevelhebber. Het programma kan zelf de aanwezigheid van een oorlogsjournalist simuleren.”

Het systeem houdt rekening met (bijna) alles. Zo werden alle voertuigen en uitrusting van de Belgische landmacht minutieus opgemeten, getest en ingevoerd. “Hoe snel kan deze truck door drassig terrein? Wat is de maximumwaterdiepte eer een dingo (een type legertruck, nvdr.) niet meer door een rivier kan? Welke hellingsgraad van heuvels kunnen onze tankdivisies op, en hoe snel gaan ze dan?”

Intussen zien we op de achtergrond de troepen op de interactieve kaart met militaire precisie manoeuvreren. Welke locatie gesimuleerd wordt, wil de majoor niet kwijt. “Confidentieel. We oefenen enkel op échte situaties of situaties die zich zouden kunnen voordoen. Onze vijanden lezen ook de krant.”