Stijn Swijns, de Special Forces-operator uit ‘Kamp Waes’: “Een week niet slapen? Iedereen kan dat”

14/12/2019, 10:30
Stijn Swijns, ex-operator bij de special forces
© Bas Bogaerts

Zijn langste pe­riode zonder slaap? “Dat zal een kleine week geweest zijn.” Een situatie waarin hij zou kraken? “Zolang je niet dood bent, kun je voor alles een oplossing zoeken.” Maak kennis met Stijn (31), de Special Forces-operator die in Kamp Waes de kandidaten begeleidt.

Ex-800 meter-loopster Riet die met wegdraaiende ogen neervalt vlak voor de eindmeet van de Bergham Run, nadat ze met een rugzak van twintig kilo binnen de vijftig minuten acht kilometer moest lopen. De eerste aflevering van Kamp Waes bevatte schokkende beelden. “Riet was nochtans een sterke kandidaat”, zegt Stijn, de Special Forces-operator die samen met Fly de kandidaten begeleidt. “Blijven gaan, dat is een kwaliteit die wij zoeken. Maar het was onverantwoord om haar te laten verder doen.”

Vijf van de vijftien kandidaten vielen de eerste dag al af. Hadden jullie dat verwacht?

“Ons doel was om zo veel mogelijk mensen tot het einde mee te nemen. Maar we weten uit ervaring dat in die eerste individuele fase veel mensen opgeven of niet slagen in de proeven, omdat het mentaal en ­fysiek zo zwaar is.”

Jullie tonen geen medelijden. Riet had geen tweehonderd meter meer te gaan, maar toch zegt niemand: “Komaan, je bent er bijna.”

“Wij zullen nooit aanmoedigen. ­Alles draait rond intrinsieke motivatie. Het is de persoon zelf die de kracht moet vinden om tot het ­uiterste te gaan. Aangemoedigd worden is een externe factor, die impact kan hebben. Net zoals afgebroken worden. Dat doen we evenmin.”

Wat dacht je toen je de 15 kandidaten zag toekomen? Ziet er goed uit? Of: Oei oei?

“Ik laat me niet beïnvloeden door een eerste indruk. Vaak zijn het de individuen van wie je het niet verwacht die toch goed scoren. En soms gaat het puur om het mentale aspect. Lotte die in de krachtproef niet tot bij de bel geraakt, maar toch blijft proberen. Dat zijn de mensen die wij zoeken.”

Welke karaktertrek gaat er direct uit?

“Lui van geest zijn, of te snel tevreden. En met narcisten zijn we ook niet veel.”

Mag je een ego hebben?

“Je mag iets vinden van jezelf. Maar daarmee te koop lopen, doe je beter niet. Niet willen opvallen is een kwaliteit bij de Special Forces.”

Als je deze opleiding afwerkt, moet dat toch je ego strelen? Jullie zijn een soort supermensen.

“Als je zo’n opleiding afwerkt, heb je iets bewezen. Dan mag je best trots zijn. Maar supermensen? Als ik een operator moet beschrijven, denk ik eerder aan een multitool.”

Jullie zijn ook geen Rambo-types?

“Klopt. We zijn allemaal fysiek goed in vorm, maar de grote spierbundels zul je bij ons niet vinden. Die hebben vaak te weinig cardio­capaciteiten. Kamp Waes is voor ons belangrijk voor de rekrutering. Maar we hopen ook dat het programma het beeld een beetje bijstuurt dat we allemaal Rambo’s zijn.”

Waarom ben je zelf aan de opleiding ­begonnen?

“Ik wilde vooral een betere versie worden van mijzelf. Als ik vandaag ben wie ik ben, hebben mijn jaren bij de Special Forces daar veel mee te maken. Als kind kon ik niet stilzitten. Hier heb ik rust gevonden, en maturiteit.”

Waar vind je de kracht om je fysieke ­beperkingen te overwinnen?

“Iedereen heeft wel eens een zwak moment. Waar het op aankomt, is hoe je daarmee omgaat. Wat ik ­gedaan heb, is de opleiding niet als één traject bekijken, maar telkens tussendoelen stellen. Ik heb dit overleefd. Op naar het volgende.”

Wil je zeggen dat je lichaam alles aankan, als je je daar mentaal op instelt?

“Je lichaam kan veel aan als je wilt. Veel meer dan de meeste mensen denken.”

Maar elk lichaam heeft limieten. Het jouwe ook?

“Waarschijnlijk wel.”

Zijn er momenten geweest dat je dacht: dit gaat niet meer?

“Neen. Ik denk dan: er zijn er al die het gedaan hebben. Dus het kán.” (lacht)

Ook nooit gedacht: nu kan het mij niet meer schelen?

“Toch wel. Iedereen zal dat wel eens voelen. Maar ook dat is een test. Dat je constant op de proef gesteld wordt, is juist het hele opzet van de stage.”

Tom Waes zegt: “In die acht dagen ­hebben we geen 24 uur geslapen.”

“En de kandidaten nog minder.”

Kan een lichaam zo functioneren?

“Ja. We zoeken de limieten op. Maar alles is wetenschappelijk onderbouwd. Niet enkel de slaap, ook de calorieën die de kandidaten binnenkrijgen. Het doel is om, binnen de grenzen van wat mogelijk is, na te gaan tot wat een individu in staat is. Eén van de proeven in onze opleiding is Tenderfeet, een kaartleesoefening van 48 uur. Op een bepaald moment begin je te ijlen door het slaaptekort. Wat je moet leren, is je verantwoordelijkheid te nemen en vlak vóór dat moment er is, te zeggen: Nu ga ik tien minuutjes zitten, even slapen, en dan verder.”

Wat is de langste periode dat jij ooit niet geslapen hebt?

“Dat zal bijna een week geweest zijn, met misschien enkele uren slaap. Ja, dat is mogelijk. (lacht) Bij ons wordt dat natuurlijk opgebouwd in de zeven maanden dat de hele opleiding duurt. Maar met de juiste mindset kan iedereen dat.”

Over naar het terrein. Hoeveel keer ben jij al op missie geweest?

“We doen zo’n twee opdrachten per jaar, variërend van enkele dagen tot vier maanden. Met trainingen erbij zijn we zeven tot tien maanden per jaar in het buitenland.”

Infiltratie van vijandelijk gebied, arrestatie van oorlogscriminelen. Dat zijn standaardtaken van de Special Forces. Heb jij dat gedaan?

“Over ons werk op het terrein kan ik niet veel details geven. Een opdracht waarover ik wel mag praten is de strijd tegen ISIS in Irak, omdat die afgelopen is. Tussen 2014 tot 2017 ben ik daar in totaal één jaar geweest. Onze voornaamste opdracht was steun verlenen aan de Iraakse veiligheidsdiensten in hun strijd tegen ISIS. Als deel van de medische eenheid gaf ik ook bijstand aan chirurgische teams.”

Je hebt oorlogsslachtoffers gezien.

“Ja. Ik ben geen dokter, maar ­bepaalde levensreddende handelingen kan ik uitvoeren, zoals massieve bloedingen stoppen of een ‘cricothyrotomy’, het doorboren van de luchtpijp als iemand niet meer kan ademen.”

Zijn er beelden die je niet meer vergeet?

“Natuurlijk. Op een dag leidden we een groep Iraakse militairen op. Een tijd later lag een van hen op onze operatietafel. Geraakt door een raket, de biceps afgescheurd. Dat beeld zie ik nog voor mij.”

Ben je nooit bang?

“Iedereen is bang. Dat moet ook. Angst houdt je scherp. En als je geen angst kent, ben je een psychopaat. Je mag de angst alleen niet laten overheersen.”

Een mens kan zich zodanig trainen dat hij een oergevoel zoals angst naast zich kan neerleggen?

“Niet naast zich kan neerleggen. Wel kan onderdrukken ten voordele van zijn skills.”

Kun je je een situatie indenken waarin je toch kraakt?

“Niet meteen. Een paar maanden in slechte omstandigheden in een gevangenis? Dat is maar een paar maanden. Zo lang je niet dood bent, kun je voor alles een oplossing zoeken.”

Moet je idealistisch zijn om dit te kunnen doen? De drang hebben om de wereld te verbeteren?

“Ja. En wat bij mij ook speelt: de weelde die wij kennen in het westen, daar mag iets tegenover staan. Als ik mensen hoor klagen over hun koffie die te koud is, denk ik: je moest eens weten…”

Ben je jaloers op de Amerikaanse Special Forces die Al-Baghdadi mochten ­liquideren?

“Helemaal niet.”

Jullie doen veel dingen waar je niet die aandacht voor krijgt.

“Als je het doet voor de aandacht, ben je niet de geschikte persoon.”

Heb je collega’s zien sterven?

“Bijna twee jaar geleden is een collega omgekomen bij een parachutesprong tijdens een oefening in de Verenigde Staten. Dat is bijzonder moeilijk. Maar als elite-eenheid worden we goed omkaderd. We krijgen psychologische bijstand. En we hebben ook veel aan elkaar. Als je zoveel samen bent, ken je elkaar bijna beter dan je eigen vrouw. Je hebt het rap door als er iets niet gaat.”

Weegt het zwaar, dat veel van huis zijn?

“Soms wel. Als er iets aan de hand is, zoals een sterfgeval in de familie. Maar mijn vrouw en ik kennen elkaar al lang. Ze wist welk vlees ze in de kuip had. We zijn ook goed omringd door familie en vrienden.”

Hoe wordt er omgegaan met de angst van het thuisfront?

“Ook voor hen is er psychologische bijstand. En wij zullen nooit alles vertellen. We zeggen wel waar we zitten, maar nooit in detail wat we daar doen. Mijn vrouw heeft er altijd goed mee kunnen leven. Wat niet wil zeggen dat het altijd gemakkelijk is geweest.”

Je zegt ‘geweest’, want jij gaat stoppen bij de Special Forces.

“Ik ben intussen gestopt. Dat is de reden waarom ik herkenbaar in beeld kom in Kamp Waes. Ik ben het niet beu, maar ik wil nog een andere droom realiseren: een bedrijf opstarten, waarin ik mijn skills als Special Forces-operator overbreng naar de bedrijfswereld.”

Wat kan de bedrijfswereld van jullie ­leren?

“Dat elk individu verantwoordelijk is en een kleine misstap van één persoon grote gevolgen kan hebben voor de hele organisatie.”

Stop je ook om meer thuis te zijn?

“Ik heb een dochter van achttien maanden en een zoontje van zes weken. Mijn gezin is niet mijn drijfveer, maar onvermijdelijk speelt het mee.”

Is er één ding dat je bij de Special Forces hebt geleerd dat je je kinderen wil ­meegeven?

“Dat ze, vóór ze een grote beslissing nemen in hun leven, iets van de wereld moeten zien.”

‘Kamp Waes’, zondag om 20 uur op Eén.