Oud marineofficier Baron Ludo de Vleeschauwer (94) overleden: “kreeg vorig jaar nog een staande ovatie van de Britse Queen”

3/10/2020, 14:22
ludo de vleeschauwer
Shares274

De laatste Belgische officier die tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de marine aan de slag was, is niet meer. Baron Ludo de Vleeschauwer uit Sint-Genesius-Rode is op 94-jarige leeftijd overleden. De man kreeg vorig jaar nog een staande ovatie van de Britse Queen tijdens een herdenkingsplechtigheid. Zijn kinderen reconstrueren nu zijn levensverhaal. “Hij is zo vaak op het nippertje aan de dood ontsnapt.”

“Er zijn geen andere Belgische marineofficieren meer die dienst gedaan hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik heb ook nog maar twee vrienden die oud-strijder zijn. Ik word een uitzonderlijk exemplaar”, zei Ludo de Vleeschauwer in juni 2019 in Terzake. Als enige Belgische veteraan was hij aanwezig bij de herdenking van D-Day in Portsmouth. Hij kreeg er een staande ovatie van niemand minder dan Queen Elizabeth, prins Charles, president Donald Trump, president Emmanuel Macron en toenmalig premier Charles Michel.

Dat de Vleeschauwer op het podium rechtstond, in plaats van in een rolstoel te zitten, typeerde hem. “Hij was al wat minder goed ter been, maar dat wilde hij zeker niet toegeven. Hij liet nog liever de hele delegatie trager wandelen, dan dat hij in een rolstoel zou zitten. Hij was zeer trots”, vertellen zijn kinderen Brigitte, Ludo – vernoemd naar zijn vader – en Dirk.

Hoewel de Vleeschauwer al 94 was, kwam zijn dood afgelopen woensdag onverwacht. “Hij stierf aan een slagaderbreuk in de maagstreek. We sussen ons met de gedachte dat hij maar even pijn heeft geleden. Onze vader had wel wat kwaaltjes, maar al bij al was zijn gezondheid goed. Hij was ook erg helder bij geest, kon zich nog veel details van het verleden herinneren.”

Zoon van een minister

Al heeft het even geduurd vooraleer de baron dat verleden met zijn drie kinderen deelde. “Hij is altijd een bescheiden man geweest”, zegt Brigitte. “Hij vertelde zeer weinig over zichzelf. De laatste jaren hebben we daar wel op aangedrongen. Hij heeft zijn levensverhaal uiteindelijk voor een stuk neergeschreven in een brief.” Daarin staat hoe de Vleeschauwer in het leger, meer bepaald bij de Britse marine, is terechtgekomen.

“Onze vader sprak altijd over die ‘fatale dag’ als hij het over 10 mei 1940 had”, zegt Ludo. “Dat was de dag dat hij weg moest uit België. Als kind had hij geen flauw idee wat er te gebeuren stond, hij nam enkel zijn ijsschaatsen mee.” Dat zijn vader een belangrijke man was, besefte hij wel: Albert de Vleeschauwer was immers de Belgische minister der Koloniën. Hij verdedigde de belangen van Belgisch-Congo.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en de regering het land uitvluchtte, vluchtte het gezin van minister de Vleeschauwer mee. Eerst naar Bordeaux, dan naar Londen. “Vader was toen veertien. Plots moest hij naar een Engelse school en de Engelse gewoontes onder de knie krijgen. Dat lukte, maar eigenlijk wilde hij zo snel mogelijk bij het leger gaan. Hij wilde net als vele andere jonge gasten gaan vechten om Europa te bevrijden van de bezetting door nazi-Duitsland.” Zijn vader dacht daar anders over. Albert wilde dat zijn zoon eerst een jaar zou studeren op de universiteit van Cambridge. Omdat zijn resultaten goed waren, mocht hij uiteindelijk toch het leger in.

Mijnenveger

De Vleeschauwer wilde het liefst bij de marine. “Bij de landmacht was de kans groot dat de soldaten eerst lang op stand-by stonden, onze vader wilde liever meteen in actie schieten”, zegt Dirk. Alleen: België had geen zeemacht meer. “De Britse mariene had wél een Section Belge. Om die reden zaten er ook veel Belgen in Groot-Brittannië.”

En dus ging de baron in augustus 1944 vrijwillig de Royal Navy in. De bestorming van de Normandische kust door de geallieerden heeft hij niet zelf beleefd, maar de oorlog heeft hij wel van dichtbij meegemaakt. “Hij werkte eerst als matroos en kreeg de meest vervelende klusjes opgelegd. Hij was ook een tijdje scheepskok.” Twee jaar later, in 1946 was de Vleeschauwer al opgeklommen tot officier. Het maakte hem de jongste marineofficier bij de Section Belge ooit.

“Hij heeft meegevochten aan de bevrijding van Oostende en Antwerpen. Nadien zat hij vooral op een mijnenveger. Eigenlijk heeft hij amper een Duits gezien, Duitse mijnen dan weer in overvloed.” Zijn taak was het ontmijnen van de vaargeulen, onder meer in de Oosterschelde en Westerschelde. “Een zeer gevaarlijke klus, sommige mijnen ontploften pas wanneer een boot voor de elfde keer passeerde. Hij is vaak op het nippertje aan de dood ontsnapt.”

Toen de oorlog voorbij was, ging de Vleeschauwer opnieuw studeren. Rechten aan de KU Leuven en nadien nog studies in Cambridge. “Hij ging uiteindelijk in het bankwezen werken, maar de band met zijn strijdmakkers heeft hij altijd onderhouden. Zijn empathie voor anderen was zeer groot. Omdat hij op alle niveaus heeft gewerkt, voelde hij hem voor niemand te goed. Ook toen hij al officier was, trok hij nog op met de vissers van Oostende. Hij was geliefd in alle lagen van de bevolking.”

Engelse thee

De titel van baron erfde de Vleeschauwer van zijn vader-minister, die na de oorlog tot de adel werd verheven als dank voor aan het land bewezen diensten. Enkel zijn outfits hadden dat kunnen verraden: prachtige kostuums, vaak met hoge hoed erbij. “Hij had wel de neiging om op te vallen met zijn kledij. Hij droeg die kleren graag, ze waren keurig en een beetje anders dan het gewone”, aldus Ludo, die ook zíjn zoon Ludo noemde. Al heeft die jongste Ludo nu wel een traditie verbroken. Min of meer. “Mijn kleinzoon heet Louis. Eigenlijk is de cirkel nu rond, want dat was de echte naam van onze vader. In 1926 wilde de stadsambtenaar de naam Ludo niet aanvaarden, dus op papier stond Louis maar iedereen zei Ludo.”

Vandaag eten Ludo, Dirk en Brigitte – die nu in Nederland woont – nog steeds op de Engelse manier. “Die tafelmanieren hebben we meegekregen van onze vader. Een apart bordje voor het brood, eentje voor de salade. En ook theedrinken is belangrijk. Onze vader was verknocht aan Engeland, en dat heeft hij ons zo dus wel een beetje meegegeven”, zegt Ludo. “We hebben wel eens overwogen om te kijken naar een kamer in een rusthuis, omdat het ouderlijke huis sinds de dood van onze moeder Nadine veel te groot was voor hem. Zijn grootste schrik? Dat ze daar geen Engelse thee zouden serveren (lacht).”