Operatie Short Night: een nachtelijke raid met Belgische commando’s

8/05/2021, 09:43
Operatie Short Night
© Defensie
Shares202

Er komt geen onafhankelijkheid van Bergen. Daar heeft het Special Operations Regiment tijdens een nachtelijke raid een stokje voor gestoken. Het was training, uiteraard … Maar als het binnen de Navo dit jaar ergens knalt, zullen de Belgen bij de eersten zijn naar wie men kijkt.

Landelies slaapt. Het is woensdagnacht, 22.30 uur. In dit kleine dorpje vlak bij Charleroi is alleen op de oever van de Samber nog wat beweging. Een bever glijdt nieuwsgierig door het water en drie witte ganzen houden hun hals hooghartig gestrekt. Ze kijken naar het twintigtal militairen dat in grote rubberboten met zware motoren zit te wachten op het signaal om te vertrekken. Dit zijn genietroepen, geen Special Forces, maar ze zijn wel cruciaal voor het verloop van ‘Short Night’, de oefening van de Special Operations Regiment vannacht. Via de Samber moeten zij hen ongezien tot bij hun doel brengen, enkele kilometers verderop.

‘Wat doen die Belgische vlaggetjes daar aan die boten? Bij “Black Ops” is het de bedoeling dat we niet gezien worden, hè.’ ­Kolonel Tom Bilo, de commandant van het Special Operations Regiment, zegt het niet op een barse toon. Maar de geniesergeant weet dat hij deze opmerking maar beter in zijn oren kan knopen. Zeker wanneer even later nog even opgemerkt wordt dat ‘een piratenvlag minder was opgevallen’.

Bilo’s oog blijft ook hangen aan een grijze streep op de zwarte wetsuit van een duiker en aan een niet afgedekte lamp. Niet dat die aan is, maar weerkaatsing op het glas kan genoeg zijn om de aandacht te trekken, weet hij. Met alle gevolgen van dien voor de inzittenden van de boot. De sergeant maakt twee extra knopen.

Speed and surprise

Bilo is twee uur voordien uitvoerig gebrieft in een commandotent op de luchtmachtbasis van Florennes. Voor een wand met kaarten vol pijltjes, gemarkeerde routes en omcirkelde doelen werd hem uitgelegd dat er in de provincie Henegouwen cellen van het FRM aan het werk zijn, het Front de ­Résistance Montiste. Een denkbeeldige terreurgroep die is overgewaaid uit Frankrijk. Ze strijdt voor de onafhankelijkheid van Bergen en de destabilisering van de Belgische democratie. De FRM-cellen hebben zich op twee plekken verschanst: in een schooltje in Binche en in een oude elektriciteitscentrale in Monceau-sur-Sambre, aan de rand van Charleroi.

De briefing gebeurt in het Engels, volgens een Navo-standaardprocedure. SF’ers van Noorwegen, de VS of Italië zouden hier zonder problemen moeten kunnen aanschuiven. ‘These are hardliners of the FRM. We expect some strong resistance’, zegt de ‘S2’, de officier die verantwoordelijk is voor de veiligheid en inlichtingen. ‘Speed and surprise are crucial. We will operate between last and first light.’ Bilo wil weten hoe de bevolking tegenover het imaginaire Bergense bevrijdingsfront staat. Veel burgers zijn de boodschap van het FRM genegen, klinkt het. Maar door hen te ontmaskeren als een terreurgroep die met explosieven aanslagen wil plegen in België, moet het mogelijk zijn dat beeld te keren, zegt de S2. Alleen militair de bovenhand halen volstaat niet meer. Er moet ook gedacht worden aan wat daarna komt. De leden van de propagandatak van het FRM staan daarom bovenaan de lijst met doelwitten.

De grond ligt bezaaid met metaal en glas. Bij elke knerpende stap vooruit kijkt iemand opzij en achteruit om niet verrast te worden. Het gebeurt zo goed als automatisch, als muscle memory

De actie is tot in detail voorbereid met informatie die binnenloopt van de commando’s die ter plekke zijn. Aan de rand van een bos vlak bij de oude centrale in Charleroi liggen twee snipers die de bewegingen van het FRM in de gaten houden. Een drone heeft foto’s kunnen maken van het gebouw en via de Samber zijn duikers op verkenningsmissie geweest langs de andere kant van het complex. ‘We hebben ze gepusht om vlakbij te gaan, tot de laatste bescherming van het bos. Om zeker te zijn dat we straks niet plots voor verrassingen staan, zoals een hek dat we nog moeten openknippen.’ Het zijn, zo zal enkele uren later blijken, profetische woorden.

Special Forces-mindset

Bilo stond tien jaar geleden al aan het hoofd van de Special Forces Group, en tekende nadien vanuit de defensiestaf mee de hervorming uit tot het Special Operations Regiment (SOR), dat hij nu leidt. Daarin worden de krachten van de Special Forces en de paracommando’s gebundeld. Maar het werk is nog niet af. Ook een deel van de genietroepen die vandaag meewerken, valt binnenkort onder het SOR.

Het is in dat nieuw samengestelde militaire gezin niet zo dat de SF’ers alle lekkere brokken krijgen en dat de rest alleen mag aangeven en toekijken. Meer nog, de mannen die vannacht Binche en Charleroi moeten gaan ‘bevrijden’ zijn paracommando’s. ‘Deze jongens staan nu bijna op het niveau van de Special Forces tien jaar geleden’, zegt Bilo. ‘Zij worden nu ook ingezet voor de bewaking van onder meer ambassades in conflictgebieden of voor de opleiding van buitenlandse troepen. Dat was tot nog toe SF-terrein. ‘We hebben nu paracommando’s in Burkina Faso zitten, in Ouagadougou. Zij lopen rond in burger, bewaken de ambassade en escorteren de ambassadeur. Het is daar serieus aan het euh … opwarmen in Burkina Faso, dus dat is niet voor iedereen weggelegd. Door de verbreding kunnen we meer taken opnemen voor Buitenlandse Zaken zonder op de rest in te boeten. Je ziet die gasten opbloeien bij zulke opdrachten. Onze output gaat dus omhoog en de mensen zijn tevredener.’

In de opleiding wordt gefocust op de mindset en skills. ‘Ze moeten zich allemaal bewust zijn van de gevolgen van hun ­daden op het geheel. Als jij vuursteun moet leveren aan collega’s die onder vuur genomen worden, dan moet jij weten wat te doen als je wapen blokkeert. Er is dan geen sergeant in de buurt op wie je kan terugvallen, het is jouw verantwoordelijkheid.’

Terug in Landelies is er radiocontact gelegd met de commando’s die een eind verderop met de boten opgepikt moeten worden. Zij zullen de elektriciteitscentrale van Monceau-sur-Sambre moeten heroveren. Bilo rondt zijn betoog af. Er is nog werk aan de winkel, zegt hij, maar het doel is haalbaar. ‘We zijn met ongeveer 1.500. Als dat er 1.500 zijn die willen nadenken, die hun steentje willen bijdragen en verantwoordelijkheid kunnen nemen, dan heb je iets geweldigs in handen voor Defensie. Dat is veel beter dan een handvol chefs die aan 1.500 man uitleggen wat ze … Ah, goedenavond generaal.’

Aan de oever is plots een boomlange ­gestalte opgedoken. Generaal-majoor Pierre Gérard, de bevelhebber van de hele landcomponent. Geen elleboogjes ter begroeting, salueren kan perfect coronaproof. ­Gérard heeft een hele dag oefeningen in West-Vlaanderen gevolgd en is daarna naar Henegouwen afgezakt om ook ‘Short Night’ vanop de eerste rij te beleven.

Hoes van Pink Floyd

De temperatuur is ferm gezakt en het water van de Samber ziet er pikzwart en ijskoud uit. Alleen bijgelicht door wat verspreide lantaarnpalen op de oever razen de boten naar de pick-upplaats. Drie discrete lampjes in het riet, rood, wit en groen, geven aan waar het te doen is. Zodra de rubberrand de oever raakt, haasten bepakte en bewapende gestaltes zich in stilte de boten in. Het lijken er veel. Te veel. Vanachter zijn roer geeft de schipper aan dat het genoeg is. Ze zijn te zwaar geladen om veilig te ­varen en op deze manier raakt hij zelfs niet van de oever af. Onder gesmoord gesakker kruipt een handvol commando’s uit de boot om zich naar een andere te reppen. Geen van hen weet dat hun grote baas ­Gérard mee aan boord zat.

De mannen worden gedropt vlak voor een bocht in de Samber en snijden die te voet af, langs een spoorwegberm. Onder de heldere sterrenhemel is alleen het geknars van de keien te horen terwijl de colonne zich op een drafje voortbeweegt. Onderweg worden verschillende verscholen verkenners opgepikt. Wanneer de elektriciteitscentrale plots achter de bomen opdoemt, als een levensechte platenhoes van Pink Floyd – ‘Battersea-sur-Sambre’ – wordt er halt gehouden. Ik kom in het struikgewas vlak naast generaal-majoor Gérard terecht. ‘Fantastisch, hé, onze job? Ik durf te wedden dat er zijn die zouden betalen om dit te mogen doen’, zegt hij op fluistertoon.‘Maar die toestand met die boot daarnet, dat mag niet gebeuren. Bij mij wist vroeger iedereen perfect waar hij moest gaan zitten en in welke boot. En bovendien zonder een woord te zeggen. Aan zulke dingen zie je dat ze te weinig training hebben gehad door de jaren van OVG (Operatie Vigilant Guardian, de ‘militairen in de straat’, red.) en nu covid. Maar goed, het is net daarom dat we oefeningen doen.’

Als het van Bilo afhangt, worden dit soort oefeningen binnenkort trouwens ook op een heel ander niveau gehouden, legt hij me achteraf uit. ‘Herinner je die aanval van een paar jaar geleden op het Bardo-museum in Tunesië en dat hotel in Sousse nog? Stel dat het daar vol Belgen zat, die gegijzeld werden. Dan zal er onmiddellijk crisisoverleg zijn met het crisiscentrum, Buitenlandse Zaken, het kabinet van de premier, procureurs, politie, wij … Iedereen zal daar zijn zeg hebben en er zal nog niets op punt staan. Hoewel dat scenario’s zijn die we op voorhand kunnen bekijken. Daarvoor hoef je zelfs geen manschappen te ontplooien zoals hier. Dat kan gewoon theoretisch beginnen, in een vergaderzaal. Je bedenkt een scenario en de eerste vraag is: wie moet hier rond deze tafel zitten? Daarna werk je een procedure uit om de zaak zo snel mogelijk onder controle te krijgen. Moeten er snel visa geregeld worden, paspoorten, ander materiaal?’

Als Operatie Vigilant Guardian iets toonde, zeg ik, dan wel dat zo’n samenwerking juridisch geen lachertje is. Militairen mochten niet ingrijpen als iemand zich verdacht gedroeg, maar moesten de politie inschakelen. ‘Klopt’, zegt ­Bilo, ‘maar dat stel je maar vast eenmaal je het doet, of erop oefent. Want iedereen zal het laken naar zich toe willen trekken en iedereen zal vinden dat hij gelijk heeft.’ Dat de dreiging ook kan komen van een onbekende computer op een onbekende locatie, zoals deze week met de DDoS-aanval op Belnet, toont voor hem dat er geen scenario’s zijn waarop niet getraind moet worden. ‘En er komt heel wat op ons af. Drones ter grootte van een vlieg, AI, 3D­copiers om god weet wat mee te maken … Zelfs op dingen waarop je niet voorbereid kan zijn, moeten we ons gezamenlijk voorbereiden.’

Een hek!

Na twintig minuten in een grasberm blijkt dat er met de voorbereiding van ‘Short Night’ toch iets niet helemaal in de haak zat. De commando’s zijn niet ontdekt, dus met het gedeelte ‘surprise’ zit het snor, maar de ‘speed’ laat nog te wensen over. De opmars stokt uitgerekend om datgene waar vooraf nog voor gewaarschuwd werd: een groot hek. De verkenningsploeg heeft een steek laten vallen. Op de dronebeelden die ze maakten, is het hek inderdaad niet te zien. Maar wie dichterbij de gebouwen komt, kan er niet naast kijken.

Van paniek is geen sprake, maar niemand wordt vrolijk van het uur tijdverlies. Het is 2.09 uur wanneer de nacht aan stukken gereten wordt door korte opeenvolgende salvo’s mitrailleurvuur. Een voorhoede is in het immense gebouw op de eenheden van het ‘FRM’ gestoten. En er was inderdaad resistance. De commando’s die nog bezig zijn om via een andere weg binnen te gaan, laten zich niet afleiden. In groepjes van zes,zeven man trekken ze gestaag en voorzichtig dichterbij. Ondanks de andere kinken in de kabel is Bilo tevreden met wat hij hier ziet. Methodisch kammen ze het enorme complex verdieping na verdieping uit. De grond ligt bezaaid met stukken metaal en glas. Bij elke knerpende stap vooruit kijkt er iemand opzij en achteruit om niet verrast te worden. Er mag dan misschien een gebrek aan training zijn, maar dit gebeurt toch al zo goed als automatisch, als muscle memory.

Ook wanneer plots ‘man down!’ door het gebouw klinkt, en er opnieuw oorverdovende salvo’s door de verlaten fabriek galmen, lijkt de gezamenlijke polsslag niet omhoog te gaan. De ‘gewonde’ wordt naar een veilige ruimte gesleept en methodisch onderzocht. Militairen van de medische component gooien de hun collega’s denkbeeldige verwondingen voor de voeten om te kijken hoe ze met het slachtoffer omgaan.

Baanbrekend

Een levensechte oefening op Belgische bodem tot een goed einde brengen is één ding. Het ook echt eens ‘mogen’ doen, is iets anders. Bij de Special Forces leefde vroeger vaak frustratie omdat ze het gevoel hebben veel te weinig ingezet te worden voor de dingen waarvoor ze getraind zijn. Opleidingen geven aan militairen in Irak is geen boswandeling, maar het is toch nog iets anders dan echt een energiecentrale heroveren op een terreurbeweging. Via de Navo zou er dit jaar mogelijk verandering in die aangevoelde onderbenutting kunnen komen.

‘Er komt heel wat op ons af. Drones ter grootte van een vlieg, AI, 3D-copiers om god weet wat mee te maken. Zelfs waarop je niet voor­bereid kunt zijn, moeten we ons voorbereiden.’, Tom Bilo, Commandant SOR

Bilo straalt achter zijn mondmasker van trots wanneer hij vertelt over de door­gedreven samenwerking die België heeft met Nederland en Denemarken. ‘Binnen de Navo spreekt iedereen daarover. Wat we daar doen, is baanbrekend.’ Samen met de Special Forces van Nederland en Denemarken staat ons land dit jaar in voor de NRF, de Nato Response Force. Elk jaar neemt een Navo-partner die taak op zich. Als er ergens een crisis uitbreekt, kan die NRF van Special Forces direct ingezet worden. Zij vallen onder het bevel van de Supreme Allied Commander (SACEUR) van de Navo in Europa.

‘Onze opleidingsprogramma’s zijn volledig op elkaar afgestemd, net zoals de vormingen die onze mensen volgen. De leiding van die samenwerking is roterend. Land 1 leidt, land 2 bereidt zich voor op de volgende lead, en land 3 heeft die net gehad. Denemarken is begonnen. De tweede commandant is een Nederlander en de stafchef is Belg.’ Omdat SF’ers van de drie landen daardoor in functies terechtkomen die normaal altijd voorbehouden zijn voor grote militaire spelers als de VS of Groot-Brittannië, moesten er een pak bij­geschoold worden. Voorts moesten er ­akkoorden komen over het delen van geclassificeerd materiaal, het gezamenlijk aankopen van een beveiligd netwerk, een gezamenlijke rekening voor aankopen en uitgaven.’

Dus … ‘Dus, als er nu iets ernstigs zou gebeuren, zeker met onze vriend in het oosten, dan zijn wij de eersten die moeten vertrekken. We boksen hiermee enorm boven ons gewicht. Om je een idee te geven: Duitsland neemt de NRF in 2023 op, alleen. Maar de Duitsers vragen nu wel aan ons om bij hen te komen kijken of hun plannen allemaal wel goed in mekaar zitten. Wij zullen ook functies binnen hun NRF hebben in 2023.’

Dat van dat hek komen ze daar dus maar beter niet te weten? ‘Dat is precies de reden waarom we oefeningen doen.’

 

Alle militairen die deelnamen aan deze ­oefening werden preventief getest op covid-19 en droegen mondmaskers.