Legerchef: “Rond twee uur nachts kwam die telefoon, en om zes uur ’s morgens stonden de eerste militairen op straat. Wij zijn de enigen die zoiets kunnen doen.”

27/06/2020, 12:11
Legerchef generaal Marc Compernol
© Kris Van Exel
Shares115

Legerbaas Marc Compernol gaat met pensioen, na 48 jaar in dienst van Defensie. Voor hij helemaal weg is, stuurt hij nog een waarschuwing de wereld in. Hij maakt zich zorgen over de weerbaarheid van ons land. “Er komen nog crisissen, maar is ons land wel klaar om die het hoofd te bieden?”

Een hond kopen. Dat is het eerste wat Marc Compernol (63) wil doen als zijn pensioen ingaat. “De afspraak ligt al vast, op 11 juli om 10 uur”, zegt hij met pretoogjes. Dat is precies de dag nadat hij afzwaait als Chef ­Defensie, op 10 juli. “Tegen dan moet de regering ook een opvolger hebben aangeduid”, aldus de topgeneraal. “Ik heb mijn job met heel veel plezier ­gedaan, maar na 48 jaar is het goed geweest.” Hij heeft intussen ook ongeveer alle watertjes doorzwommen. Kadettenschool, paracommando, ­directeur Operaties, … In totaal vijftien verschillende functies, met de voorbije vier jaar de hoogste rang, Chef Defensie.

Compernol, West-Vlaming van ­afkomst, neemt afscheid met een dubbel gevoel. Trots op wat “zijn” Belgisch leger allemaal heeft verwezenlijkt, tegelijk bezorgd om de weerbaarheid van het land in tijden van crisis. Resilience noemt hij het in het Engels. “De voorbije jaren zijn er drie grote crisissen geweest. Er waren de aanslagen, de vluchtelingencrisis en nu deze pandemie. Ik vraag me af of ons land weerbaar genoeg is om dergelijke crisissen aan te kunnen, ook in de toekomst. En dan heb ik het niet over Defensie, maar over de weerbaarheid van het land.”

(…)

Defensie is ongeveer de laatste ­instelling die volledig federaal is. Ziet u het ooit uiteenvallen in een Vlaams en Waals leger?

“Ik kan me niet voorstellen dat ­Defensie ooit gesplitst wordt. Ik wil daar zelfs niet over nadenken, zeker nu Defensie meer dan ooit nodig is. Meer dan tachtig procent van onze welvaart komt van handel met het buitenland, die heeft nood aan internationale veiligheid en stabiliteit. Defensie speelt daarin een belangrijke rol, van Afghanistan tot Noord-Afrika. Doordat wij hiervoor zijn getraind, zijn wij ook interessant voor intern gebruik. Wij zijn de enigen die op korte tijd een grote groep getrainde mensen kunnen vrijmaken.”

“Ik herinner me nog goed de periode na de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs, in januari 2015. Ik was directeur Operaties en moest ’s avonds op kantoor wachten op een telefoon van de regering. Om kwart voor twee ’s nachts kwam die telefoon, en om zes uur ’s morgens stonden al de eerste militairen op straat. Wij zijn de enigen die zoiets kunnen doen, al is het wel fout dat we daar nog steeds staan. Wij zijn goed om crisissen aan te pakken, maar het is niet de bedoeling dat we er vijf jaar later nóg staan. Dat wil zeggen dat er een structureel probleem is.”

(…)

Staat u nog steeds achter de ­bestelling van 18 miljoen mondmaskers? Er is wel wat ophef rond geweest, nadat bleek dat een schimmig Luxemburgs bedrijf het grootste deel mocht leveren.

“Ik blijf ervan overtuigd dat we dit snel en goed hebben gedaan. Iedereen mag het onderzoeken, de toekomst zal uitwijzen dat ik gelijk heb. Er zit veel stemmingmakerij achter.”

Veel militairen reageren opvallend emotioneel op de kritiek.

“Binnen Defensie leeft een sterk groepsgevoel. De mensen voelen zich verbonden met elkaar, zeker als er dag na dag op ons wordt gekapt. Ik heb geen probleem met kritiek, maar dit was op den duur echt een running gag. Elke ochtend vroeg ik op kantoor: En, wat is vandaag het probleem van de dag met de mondmaskers?

(…)

Binnenkort hebben we misschien een volwaardige regering. Wat moet uw opvolger dan als eerste op tafel leggen?

“Over Defensie zegt men weleens dat het niet efficiënt moet zijn, maar wel doeltreffend, al klinkt dat beter in het Frans: Pas efficient, mais ­efficace. In het beste geval is het beide, maar nu is de slinger helemaal doorgeslagen. Door de voortdurende onderinvestering ligt de nadruk zodanig op efficiëntie dat we ons doel voorbijschieten. Voor de landmacht bijvoorbeeld zijn er nog maar twee grote centra over: Leopoldsburg en Marche-en-Famenne. Dat is natuurlijk heel efficiënt, maar daardoor hebben we nu wel een probleem met rekrutering, want jongeren uit andere regio’s zien het niet zitten om zover te rijden.”

“Wij hebben een plan klaar om over het hele land ‘kwartieren van de ­toekomst’ op te richten. Ofwel door kazernes open te houden die zouden sluiten en die te renoveren, ofwel door nieuwe kazernes te bouwen. Daarin zouden militairen ook voor een stuk op verplaatsing kunnen werken. In plaats van hen, zoals vroeger, om de zoveel jaar van kazerne te verplaatsen, zouden ze vanop afstand op dezelfde plek kunnen blijven werken. Ook willen we die kazernes op een slimme manier inplanten, op plekken waar we met technische scholen en met de industrie kunnen samenwerken. Zo zouden leerlingen bijvoorbeeld bij ons stage kunnen doen. Ook met de industrie zouden we afspraken kunnen maken om mensen te laten doorstromen.”

(…)

Is het niet onlogisch om jarenlang kazernes te sluiten, om ze daarna weer te openen?

“Je kan maar leren uit het verleden. Het is inderdaad efficiënter om allerhande diensten te centraliseren, maar de slinger is doorgeslagen. ­Bovendien verliezen we zo ook het contact met de maatschappij. In ­Leopoldsburg hebben de mensen een positief beeld van Defensie, maar pakweg in Gent ligt niemand wakker van het leger. Aan de kust heb ik ­socialistische burgemeesters gekend die voortdurend het defensiebudget in vraag stelden, tot we een kazerne aan de kust moesten sluiten. Dan was Defensie ineens wel belangrijk. We moeten niet onder elke kerktoren een kazerne openen, maar nu is er in Oost-Vlaanderen en Henegouwen ­helemaal niks. Daarom onderzoeken we of we daar nieuwe militaire kwartieren kunnen oprichten.”

Lees het volledige artikel op nieuwsblad.be (abonnees)

Nieuwsblad (Pieter Lesaffer en Werner Rommers)