Laatste C-130 maakt crashlanding in de Wetstraat: ruzie over expo-plek militair vliegtuig

3/02/2021, 08:00
C-130 CH-04
© Wikimedia
Shares439

Mayday, mayday! Waar mag onze laatste C-130 zijn pensioen doorbrengen: ten noorden of ten zuiden van de taalgrens? Minister Dedonder en het parlement raken er niet uit.

Het Belgisch leger vervangt zijn legendarische vrachtvliegtuig. Na bijna vijftig jaar dienst maakt de C-130 Hercules plaats voor de nieuwe Airbus A400M Atlas. Straks, eind april, vliegt de laatst overgebleven C-130 met codenaam CH-13 nog een keer uit. Daarna mag het toestel van zijn oude dag genieten op de luchtmachtbasis van Beauvechain in Waals-Brabant. Of toch als het van minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) afhangt.

In het parlement stellen de oppositiepartijen N-VA en Vlaams Belang maar ook de regeringspartijen Open Vld en sp.a zich vragen bij de keuze van Dedonder. Zij vinden dat de laatste C-130 op de basis van Melsbroek in Vlaams-Brabant moet blijven. ‘Thuis’ bij de 15de Wing, waar veel piloten een band hebben opgebouwd met het bonkige toestel waarmee ze ontelbare keren zijn uitgevlogen. Om para’s te droppen in Afrika, om de eerste euro’s te verdelen, om de slachtoffers van de busramp in Sierre op te halen.

“Wie naar een rusthuis gaat, wil dicht bij zijn familie en vrienden blijven, die zorg voor hem dragen”, vindt liberaal parlementslid Tim Vandenput, niet toevallig een Vlaams-Brabander. “In Beauvechain is er niets voorhanden voor de CH-13 en dat zal nog jaren zo blijven. In Melsbroek heeft de Dakota-club van de 15de Wing alles klaar om het toestel te stallen. Er is een grote hangar waar het tentoongesteld kan worden. Naast de C-119 die er al staat, het allereerste werkpaard van de luchtmacht. Mooier kan niet.”

De Dakota-club van de 15de Wing, een vzw van oud-militairen en vliegfanaten die een klein museum op de basis van Melsbroek onderhoudt, denkt er uiteraard net zo over. De club hoopt dat minister Dedonder haar beslissing nog herziet. Er is een petitie opgestart die intussen bijna 2.000 keer ondertekend is. Eens deze kaap gerond is, zal voorzitter Jacques Lousberg een brief sturen naar de premier en alle partijvoorzitters.

Erfgoed

Ook Steenokkerzeel, de gemeente waar Melsbroek onder valt, zet zijn schouders onder de zaak. N-VA-burgemeester Kurt Ryon heeft samen met partijgenoot Theo Francken een vraag ingediend bij minister-president Jan Jambon, nog een N-VA-collega, om de CH-13 zo snel mogelijk te erkennen als Vlaams erfgoed. Als de naam Ryon een belletje doet rinkelen: hij is de gewezen voorman van het militante Taak Actie Comité in de Vlaamse Rand en heeft meer dan tachtig arrestaties op zijn ‘palmares’.

“Steenokkerzeel is een gemeente die jarenlang wakker geworden en gaan slapen is met de C-130 boven het hoofd”, zegt Ryon. “Het is dus maar logisch dat het laatste toestel hier blijft.” Als Jambon de CH-13 erkent als Vlaams erfgoed, dan mag het toestel juridisch gezien het Vlaamse grondgebied niet verlaten zonder een ‘go’ van diens kabinet. Op deze manier wordt minister Dedonder voor het blok gezet. De kans dat het zover komt, is best groot: ook de C-119 die in Melsbroek staat, is al erkend als Vlaams erfgoed.

Jambon wacht momenteel op een advies van de Topstukkenraad, die zijn regering bijstaat in het beheer van roerend erfgoed. Deze raad wordt voorgezeten door Thomas Leysen, voorzitter van Umicore en verzamelaar van 16de-eeuwse kunst. Het advies van de Topstukkenraad wordt eerstdaags verwacht. Een definitieve beslissing volgt een handvol maanden later. Op die manier kan er nog beroep aangetekend worden.

Minister Dedonder begrijpt de commotie niet. Zij zegt dat ze alleen de beslissing van haar voorganger, Philippe Goffin van de MR, uitvoert om de CH-13 over te dragen aan het War Heritage Institute. Dat is de overheidsorganisatie die onder meer het Koninklijk Legermuseum in het Jubelpark, het Fort van Breendonk en de Dodengang in Diksmuide beheert. Het War Heritage Institute heeft het ambitieuze plan om in de toekomst een nieuw luchtvaartmuseum te bouwen in Beauvechain, voor duizenden bezoekers per jaar.

Flahaut

De grote verdediger van het museum in Beauvechain is gewezen minister van Defensie André Flahaut, een PS-partijgenoot van Dedonder en niet toevallig afkomstig uit Waals-Brabant. Hij heeft het over “een pragmatische keuze” voor Beauvechain. Volgens Flahaut hebben de C-130’s gevlogen “voor heel ons land, niet alleen voor Melsbroek”. De ancien vindt het geen goede zaak dat elke basis zijn eigen kleine museum in stand houdt, voor een handvol bezoekers. In het parlement voegde hij er in januari aan toe dat de petitie van de vzw Dakota niet veel voorstelt: “2.000 handtekeningen, dat kan ik ook.”

Defensie houdt zich buiten de zaak. Al zou er een rapport bestaan waarin de nieuwe legerbaas, admiraal Michel Hofman, een ‘emotionele’ voorkeur uitdrukt voor Melsbroek. De Vlaamse partijen willen dat minister Dedonder dit rapport vrijgeeft, maar vier weken na hun vraag is dat nog steeds niet gebeurd. Waarom het zo lang duurt, is onduidelijk.

Wat wel duidelijk is: het plan van het War Heritage Institute voor Beauvechain blinkt voorlopig uit in vaagheid. Er is een eerste kostenraming van 250 miljoen euro en een timing, “horizon 2030”, maar dat is het dan ook zowat. Als de CH-13 straks naar Waals-Brabant verhuist, zal het toestel daar minstens enkele jaren buiten moeten staan, in weer en wind. Het dichtst dat het War Heritage Institute komt bij een oplossing, is het idee om een nieuwe hangar te bouwen met behulp van crowdfunding.

“In Beauvechain zie ik op korte termijn bijna niets”, reageert sp.a-parlementslid Kris Verduyckt. “Als ik puur op de inhoud van het dossier oordeel, dan vrees ik dat de keuze voor Beauvechain te lichtzinnig is. De minister loopt een risico als ze dit toch doordrukt. Met erfgoed moet je voorzichtig omgaan, of het nu een iconische villa of een vliegtuig is. Als het straks misgaat, krijgt zij de schuld.” In Beauvechain staat overigens al een C-130, de CH-08, maar die is in slechte staat omdat hij is gebruikt voor wisselstukken. Alleen de romp van het toestel blijft nog over en die dient voor brandweeroefeningen.

“Waarom we de CH-13 alleen in de modder moeten achterlaten in Beauvechain, is me een raadsel”, zegt Vandenput. “Ik vraag met aandrang dat de minister haar keuze herziet.”

Op bezoek

‘Onder Vlamingen’ wordt gefluisterd dat nieuwkomer Dedonder zich te veel voor de kar van Flahaut laat spannen. “Die moet en zal die miljoenen euro’s aan investeringen naar zijn eigen achtertuin halen”, klinkt het. Daarbij wordt ook Michel Jaupart met de vinger gewezen, de topman ad interim van het War Heritage Institute en een oud-kabinetsmedewerker van Flahaut. “Een man met een rode stempel die voor zijn patron rijdt”, zegt een legerbron.

‘Onder Franstaligen’ vindt men dat Melsbroek niet al het lekkers kan opeisen. De basis werd begin deze eeuw aangeduid als thuis voor de nieuwe A400M’s. Nochtans was er toen ook sprake van de toestellen in Beauvechain onder te brengen. De komst van de A400M’s betekent 400 miljoen euro aan investeringen in Melsbroek, onder meer in enorme nieuwe hangars. Alleen de deuren meten al 60 bij 20 meter. “Maar daar hoor je de Vlamingen zelden of nooit over”, klinkt het. “Dat zijn ze allemaal vergeten.”

“Het zou goed zijn als iedereen eens op bezoek komt in Beauvechain”, reageert Flahaut, “dan zou men met eigen ogen kunnen zien dat het de beste thuis is voor de CH-13.”

Het laatste woord is voor Goffin, de voorganger van Dedonder als minister. Hij heeft zich teruggetrokken uit de nationale politiek en is vandaag burgemeester van Crisnée, een Luikse gemeente pal op de taalgrens. “Ik heb de discussie over de CH-13 gevolgd”, zegt Goffin via de telefoon. “Het klopt dat ik het toestel in september heb toegewezen aan het War Heritage Institute, maar ik heb me daarbij niet uitgesproken over Melsbroek of Beauvechain. Er was bijna een nieuwe regering, ik vond dit de taak van mijn opvolger.”

Of hij zelf een voorkeur heeft? Goffin: “Natuurlijk heb ik mijn mening, maar uit respect voor mijn opvolger heb ik beloofd om een jaar lang geen uitspraken te doen over het leger. Ik onthoud me dus van verdere commentaar.”