Interview met Kolonel Bilo van het Special Operations Regiment: ‘Afghanistan zomaar binnentrekken over land was een no-go’

30/09/2021, 16:46
Interview met Kolonel Bilo van het SOR over NEO Red Kite
© C. de Muynck
Shares425

Je kunt veel trainen, maar bij chaotische situaties zoals de evacuaties uit Kaboel is het behelpen. ‘Mense­lijk gezien was dit het heftigste wat we in lange tijd mee­gemaakt hebben’, zegt kolonel Bilo van het Special Operations Regiment.

Toen een zelfmoordterrorist zich op 26 augustus rond 18.30 uur opblies aan de ­Abbey Gate van de luchthaven in Kaboel, waren de Belgen daar letterlijk nog geen dag weg. Precies aan die ingang van de luchthaven hadden leden van het Special Operations Regiment in de dagen voordien honderden landgenoten uit de radeloze menigte geplukt. Die Belgen maakten zich kenbaar via het afgesproken teken – een smiley op de hand – of met Belgische vlaggen. Maar plots dook er in het moordende gewoel – verschillende mensen werden vertrappeld – een andere, zwarte vlag op. ‘We hadden al indicaties dat het met de veiligheid de slechte kant op ging. Er waren steeds meer elementen die wezen op een mogelijke aanslag van IS-K (de lokale tak van Islamitische Staat in Afghanistan, red.) met zelfmoordterroristen. Tussen de ­massa die aan de toegangspoorten stond zagen we plots ook iemand met de vlag van IS-K zwaaien. De Britten, die voor de veiligheid van de Abbey Gate instonden, begonnen ook aanstalten te maken om te vertrekken. Dan weet je dat je niet te lang moet treuzelen’, zegt Kolonel Tom Bilo, die vandaag in Marche-les-Dames de fakkel doorgeeft als chef van het Special Operations Regiment. Hij coördineerde vanuit de Pakistaanse hoofdstad Islamabad de evacuatie-missie ‘Red Kite’.

Het detachement op de luchthaven in Kaboel werd bewust klein gehouden, zodat alle militairen snel en met één C-130 weggehaald konden worden, als de luchthaven aangevallen zou worden. ‘We wilden niet als laatsten achterblijven. De Amerikanen hadden hun deadline aangekondigd en het zou alleen maar chaotischer worden. Ik voelde me die laatste dag ook almaar on­gemakkelijker worden, er hing iets in de lucht. Daarom is er toen met de regeringskern beslist om onze mensen terug te trekken. Politiek is dat uiteraard niet makkelijk, je geeft een signaal en dat ligt erg ­gevoelig. Maar iedereen in de kern was goed geïnformeerd en stelde pertinente vragen. Na dat overleg hadden we groen licht om die nacht nog te vertrekken.’ De ochtend nadien zei premier Alexander De Croo (Open VLD) op een persconferentie dat er voor aanslagen gevreesd werd. Tegen de avond werd die vrees realiteit. Meer dan 170 mensen kwamen om het leven.

In totaal haalden jullie meer dan 1.400 mensen terug naar België, onder meer via een operatie die hen met Afghaanse bussen naar de luchthaven bracht. Dat was niet zonder risico: de eerste poging lukte, de tweede niet.

‘Het is behelpen in zo’n situatie. Op de luchthaven was het totale chaos. Erbuiten nog meer. De Amerikanen raadden ten stelligste af om zelf naar buiten te gaan. Ik zou het ook niet goedgekeurd hebben, omdat je geen mogelijkheden had voor medische bijstand of QRF (Quick Reaction Force) die kan bijspringen als het misgaat. Met een heli in Kaboel landen was op dat moment onmogelijk, en voertuigen hadden we niet. Nu ja, we hebben op de luchthaven twee voertuigen gevonden die we gebruikten, maar een daarvan moesten we dag en nacht laten draaien, omdat we er zelfs geen sleutel van hadden.

‘Op tactisch vlak lag de output een stuk onder wat we kunnen. Cru gezegd was wat we daar deden humanitaire zorgverstrekking’

Maar goed, in het ­begin werd daarom aan mensen gevraagd om op eigen houtje naar de luchthaven te komen, zowel naar de Abbey Gate, waar ­later de aanslag plaatsvond, als naar de North Gate. Die laatste werd door de Amerikanen bewaakt, maar ze hebben die vrij snel gesloten. Mensen werden onder de voet gelopen, ook kinderen, er werd ­geschoten en taliban sloegen hen met stokken. Helse taferelen. Maar het was maar door aanwezig te zijn aan die gates, dat een van onze mensen opving dat er een systeem met bussen was opgezet om mensen naar binnen te krijgen.’

Heb je daar dan enige controle op?

‘Nee, dat is een lokaal busbedrijf dat daarvoor betaald wordt. Zie het als een gehuurde bus van “De Pelikaan reizen”, maar dan in Kaboel. Die aanvraag liep voor ons via een simpel aanvraagformulier bij de Amerikanen: het aantal mensen dat we willen evacueren, de dag, de plek waar de bus moest langsrijden.

Dat ging dan via allerlei tussenpersonen tot bij dat busbedrijf. ­Mogelijk met contacten met de taliban, dat weet je niet. Via Whatsapp-groepen waarschuwde Buitenlandse Zaken die mensen. We waren niet de eersten die daar gebruik van maakten, maar dat je geen controle hebt, maakt je nerveus. Is die chauffeur ­betrouwbaar? Wat als er een zelfmoord­terrorist op de bus stapt? Stel je voor dat een bus vol Belgen ontploft nadat wij hen gezegd hebben die bus te nemen.’

U moet dan vertrouwen op de VS en de ­regering moet erop vertrouwen dat u het juist inschat.

‘Dat is inderdaad beslist met premier De Croo, minister van Defensie Ludivine ­Dedonder (PS) en minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès (MR). Zij waren goed op de hoogte en vroegen ons naar ­alternatieven. Wat deden de Nederlanders? Was er iets anders mogelijk met de Amerikanen? Omdat het uiteindelijk de beste ­optie bleek, kregen we groen licht. De eerste keer is dat goed gelukt. In plaats van de geplande 120 à 130 mensen waren er wel bijna 250 komen opdagen, zo’n nieuws doet snel de ronde. Maar iedereen is toen in de luchthaven geraakt. Bij de tweede ­poging ging het mis bij een checkpoint. Die bus was geregeld door de EU, vooral voor medewerkers. Iedereen moest uit­stappen en ze hebben die mensen uiteengejaagd.

‘In de massa aan de toegangspoorten zagen we iemand met de vlag van IS-K zwaaien en de Britten begonnen aanstalten te maken om te vertrekken. Dan weet je dat je niette lang moet treuzelen’

De Belgische rechthebbenden ­onder hen zijn later opnieuw gecontacteerd om onder meer via de Nederlanders terug te komen.’

‘Na die operaties zagen onze mensen amper nog Belgen via de gates komen. We hadden het gevoel dat de meesten die weg wilden, weggeraakt waren. Dat speelt mee als je kort daarna beslist te vertrekken. Het risico versus het rendement dat je kunt ­ halen. Een ander element is de psychologische impact op je manschappen. Je wil niet dat ze moeten vertrekken terwijl er nog Belgen met kinderen staan te wachten.’

Maar er zaten en zitten nog altijd Belgen in Kaboel. Jullie zijn nog een tijd in Islamabad gebleven om te helpen, maar was er toen nog iets mogelijk?

‘De politieke wil om te blijven tot na 31 augustus, de dag van de Amerikaanse terugtrekking, was groot. We hadden daar een medische capaciteit, dus we konden nog iets betekenen, desnoods om andere landen te helpen. En als er plots nog een pak Belgische rechthebbenden zou op­duiken, konden we ook nog terug naar ­Kaboel vliegen met ons toestel. Er is ook onderzocht of we via land konden evacueren. Maar euh…’

Te gevaarlijk?

‘Goh, dat is één element. Maar ook dat je niet de nodige middelen hebt, zoals een QRF of heli’s. Ook diplomatiek is dat allemaal extreem moeilijk. Dus Afghanistan zomaar binnentrekken over land was voor mij al een no-go.Zelfs ons verplaatsen in Pakistan was niet te doen.

Dat was onderworpen aan allerlei regels van hun ministerie. Ik ging geen van mijn mensen ongewapend door Pakistan sturen naar de grens met Afghanistan. En de Pakistanen hadden heel duidelijk gezegd: “No way dat jullie hier met wapens gaan rondlopen”. Dat zouden zij hier ook niet mogen. Zelfs voor de ambassadeur was het moeilijk om naar de grens te gaan – lees: onmogelijk.’

Was dit nu het echte SF-werk, waar jullie dagelijks voor trainen? Of kan het Special Operations Regiment meer?

‘Dit is een van de opdrachten die wij doen. Onze mensen doen dat met een pak minder volk en middelen dan een conventionele eenheid. En ze raken ook niet uit hun lood geslagen. Orde brengen in zo’n chaos, dat kunnen ze. Maar op tactisch vlak ligt de output een stuk onder wat we kunnen. Cru gezegd was wat we daar deden “ngo-plus”, we waren een humanitaire zorgverstrekker. Weliswaar in een chaotische omgeving, bovendien met de dreiging van zelfmoordcommando’s en gewapende aanvallen. Je hebt dus wapens bij je om je te verdedigen. Maar veel tactiek komt er niet bij te kijken. Dat spectrum heb je pas als je in het buitenland gijzelaars moet ontzetten van tussen een hoop terroristen. Dat zijn de dingen waarop je werkt, want dat is duizend keer complexer. Maar puur menselijk gezien was dit het heftigste dat we in lange tijd meegemaakt hebben. De situatie was schrijnend. Omdat we met een kleine ploeg werkten, sliepen ze daar nooit meer dan twee uur per nacht. In Islamabad stonden onze psychologen dus klaar. ‘

Toont de evacuatie en de snelle overname door de taliban niet dat we collectief gigantisch gefaald hebben in Afghanistan?

(aarzelt) ‘De toekomst zal daar duidelijkheid over brengen. Je ziet dat er bijvoorbeeld protest is van vrouwen ter plekke. En 20 jaar lang hebben mensen daar gezien van wat mogelijk is. Het is afwachten in welke mate dat tot verandering zal leiden en of dat de taliban daar rekening mee zullen houden.’

Je ziet vrouwen protesteren, maar je ziet ook lijken aan een kraan bungelen.

‘Ik heb geen kristallen bol. Maar toch geloof ik niet dat men alles van de voorbije twintig jaar van de kaart kan vegen.’

Dreigen we in Mali niet in eenzelfde situatie terecht te komen? In de landen waar we tussenkomen, zijn we verplicht samen te werken met regimes die corrupt zijn en net zo goed bloed aan de handen hebben als de terroristen die we bestrijden. Onze westerse kijk op de samenleving werkt daar niet.

‘Onze wil en methodes opleggen werkt niet. Die lessen zijn geleerd. Mensen hebben een fierheid. Soevereine staten zullen ook zeggen dat we ons niet moeten moeien. Een tribale mentaliteit krijg je er ook niet zomaar uit en dat is ook niet de bedoeling. Je moet daarmee rekening houden om iets op te bouwen dat kan leiden tot een beter leven zowel voor hen als voor ons. Ik denk dat er muziek zit in de aanpak die we nu in Niger hanteren: “by, with and through”. In plaats van het leger uit te rusten, proberen we hen zelf dingen te laten produceren en de lead te laten nemen. ­Bovendien is de aanpak meer multidisciplinair: met Buitenlandse Zaken, met Ontwikkelingssamenwerking.’

Hoe ziet de toekomst van het Special ­Operations Regiment eruit?

‘Een belangrijke taak blijft optreden als ­rapid reaction force, zowel in België als in het buitenland. Een deel van de commando’s die naar Islamabad of Kaboel trokken, stonden de week voordien kelders leeg te maken in Pepinster. Die wendbaarheid is ongelofelijk. Het andere luik zijn de speciale operaties. Daar moet verder aan gewerkt worden. Op dit moment wordt er bijvoorbeeld gewerkt aan een maritieme capaciteit. Want als er Belgische gijzelaars zijn ­ergens op een schip? Naar wie gaan ze dan kijken, denk je?’