Het leger schept soep in rusthuizen: “goed om je land op zo’n moment te kunnen dienen”

2/11/2020, 09:15
Sodexo keuken
Archief
Shares1.3k

In rusthuizen waar te veel personeel uitvalt door corona, komen militairen soep scheppen en de bedden opmaken. ‘Het is een interessante ervaring en het is goed om je land op zo’n moment te kunnen dienen.’

Elf mensen met dementie zitten aan kleine tafeltjes in een zaaltje verwachtingsvol om zich heen te kijken. Op de vensterbank staat een kooi met een parkiet. Eén vrouw zit voor een televisie, waarop een verkoopprogramma te zien is. Een jonge man met werkschoenen, een broek met reflecterende banden en een schort waarop ‘Gerda’ staat, buigt zich over haar heen, vraagt of zij ook soep wil, helpt haar recht en leidt haar aan zijn zwaar getatoeëerde arm naar een lege stoel.

Oefenmissie in Gabon

De man heet Bram Van Couillie en is sergeant bij het Belgische leger. Vorige week woensdag kreeg hij om 14 uur te horen dat hij op donderdag met drie collega’s van het veertiende medisch bataljon aan de slag zou gaan in het woonzorgcentrum Hingeheem in het Vlaams-Brabantse Asse.

Een verdieping hoger loopt een jonge vrouw in beschermende kledij – handschoenen, mondmasker, gezichtsscherm en chirurgische schort – een rusthuis­kamer binnen met een fles water. De bewoonster van de kamer is een wakkere, beweeglijke vrouw die Maria heet. Ze is besmet met het coronavirus, maar heeft nauwelijks covid-symptomen, al moet ze toegeven dat ze vanochtend wat later is opgestaan dan gewoonlijk.

‘Mensen denken dat het wel erg slecht moet gaan als het leger wordt ingezet. Maar die militairen zijn er juist om te voorkomen dat het hier straks slecht zou gaan’ zegt Femke Duquet Directeur WZC Hingeheem

De jonge vrouw heet Marine Machado en was vorig jaar nog op oefenmissie in het Afrikaanse land Gabon. Wanneer ze de fles neerzet, neemt Maria haar bij de arm en fluistert haar iets in het oor. De twee lijken elkaar goed te kennen, maar net als Van Couillie is Machado hier nog maar sinds donderdag. In de eerste coronagolf dit voorjaar werkte ze als ambulancier wel al met covid-patiënten. ‘Toen was het nog nieuw, maar intussen weten we hoe we ons kunnen beschermen. Het is juist goed om dichtbij te komen. Mensen hebben daar behoefte aan.’

Verplicht bezoek

In het voorjaar zijn er in Hingeheem geen coronabesmettingen geweest. In september, bij een preventieve test, bleken alleen twee personeelsleden in de keuken positief. Maar vanaf half oktober ging het ene na het andere personeelslid in quarantaine door een risicocontact in de privésfeer. Een verpleegkundige bleek positief, een bewoner kreeg symptomen.

Directeur Femke Duquet weet niet waar alle besmettingen vandaan komen. ‘De kapper komt, de pedicure, ons eigen personeel. De Vlaamse overheid verplicht woonzorgcentra om bezoek toe te laten, zolang dat enigszins mogelijk is. Ook de families vinden dat erg belangrijk. Maar soms moeten we hen erop wijzen dat ze hun masker ook over hun neus moeten dragen, of aanhouden in de kamer. Eens het virus binnen is, gaat het heel snel. De bewoners gaan bij elkaar langs en zijn ook niet altijd even voorzichtig.’

Duquet liet een gang omvormen tot gesloten covid-afdeling. Ze begon zich al gauw zorgen te maken over het personeel, vooral verpleegkundigen, waarvoor Hingeheem twee openstaande vacatures heeft. Het Vlaamse Agentschap Zorg stelde voor dat het leger zou bijspringen. De vier ambulanciers van het veertiende bataljon nemen zorgtaken over, waardoor de verpleegkundigen van Hingeheem zich kunnen concentreren op het medische werk.

Sergeant Van Couillie is twee jaar geleden bij het leger gegaan. Hij had toen moeilijk kunnen geloven dat hij vandaag met een geleende schort soep zou scheppen in een rusthuis, bedden opmaken, haren kammen en dames naar eettafels brengen. ‘Maar het is een interessante ervaring en het is goed om het land op zo’n moment te kunnen dienen’, zegt hij. Machado is het daarmee eens.

Noodhospitaal

Defensie beschikt over 1.500 militairen die tijdens de pandemie kunnen bijspringen in de zorg en in de ziekenhuizen. In Luik, dat zwaar door het virus getroffen is, opent het leger morgen een noodhospitaal met 26 bedden, maar dat soort medische hulp is eerder uitzonderlijk. Op andere plaatsen wordt kleinschalig en gericht geholpen, vaak met ambulanciers, maar ook met logistieke of zelfs administratieve hulp.

Het valt niet meteen op dat er in het woonzorgcentrum in Asse militairen aan het werk zijn. Directeur Duquet zegt dat het vaste personeel wel onder de indruk was toen ze over de samenwerking vertelde. ‘Mensen denken dat het wel erg slecht moet gaan als je het leger moet inzetten. Maar die militairen zijn er juist om te voorkomen dat het hier straks verkeerd zou gaan.’

De afwezige personeelsleden van Hingeheem komen stilaan terug uit quarantaine. Om te voorkomen dat het straks alsnog verkeerd gaat, zullen tegelijk de besmettingen moeten afnemen, ook buiten het woonzorgcentrum. 15 van de 88 bewoners zijn besmet. Als er nog één bijkomt, is de covid-afdeling te klein.