"Defensie serveert militairen vervallen voedsel tijdens oefening"

26/03/2019, 10:28
Noodrantsoen Belgisch leger
© Onbekend

Militairen die in de buurt van Brasschaat op oefening zijn, krijgen vervallen voedsel te eten. Dat zegt de militaire vakbond ACMP. “Die noodrantsoenen zijn bijna vier jaar oud”, zegt vakbondsvoorzitter Yves Huwart. “De vervaldatum ligt op 9 januari van dit jaar. Defensie bepaalt nu zelf dat daar nog best zo’n zes maanden bij kunnen. En voilà, het probleem is opgelost. Tot ergernis van onze militairen.”

Dat militairen tijdens een oefening in het veld terugkeren naar de basis spreekt voor zich. Dat ze op een steenworp van het mondaine Brasschaat vervallen noodrantsoensen geserveerd krijgen, is zelfs voor onze soldaten frustrerend. “Het gaat om teams die op oefening zijn om communicatienetwerken in het veld op te zetten”, zegt Huwart. “Ze zijn daar telkens een week en worden daarna afgelost. Door een gebrek aan veldkeukens en koks vallen ze terug op noodrantsoenen. Dat op zich is geen probleem, een militair verwacht niet dat hij in het Hilton gedetacheerd wordt, maar als dat eten nog eens vervallen is, zorgt dat voor wrevel. Of er een risico is voor de gezondheid kunnen we moeilijk inschatten, maar als die noodrantsoenen bijna vier jaar oud zijn – ze werden in juni 2015 aangekocht – stemt dat toch tot nadenken.”

Te weinig koks

“Voor defensie is het eenvoudig”, gaat Huwart verder. “Ze verleggen de vervaldatum met zes maanden en voilà, het probleem is opgelost. Natuurlijk is er een personeelstekort, zijn de budgetten beperkt en is het steeds moeilijker om koks te vinden die voor onze jongens en meisjes in de potten roeren tijdens een veldoefening. Maar op tijd en stond de noodrantsoenen vervangen, kan niet de grootste opgave zijn.”

Volgens defensie is er een verschil tussen de door de producent aangegeven ideale datum en de werkelijke vervaldatum van eten. “Het eten kan nog een tijdje na die datum worden geserveerd als het in de juiste omstandigheden is bewaard”, klinkt het daar. “Dat geldt zeker voor onze noodrantsoenen.”