‘Bij derde golf komt medische component in ademnood’

12/03/2021, 12:00

Admiraal Michel Hofman is fier op de militaire ‘hulp aan de natie’ die zijn mensen konden bieden, maar de Chef Defensie (CHOD) richt zijn blik nu op het post-covidtijdperk. En daarin zet het virus een turbo op sommige bedreigingen.

‘Begin niet over die mondmaskers, hé’, zegt Hofman onmiddellijk. De CHOD zou de hele saga graag achter zich laten, ‘maar het is als een jokari die maar blijft terugkeren’. ‘Wij hebben de opdracht die we hebben gekregen, goed uitgevoerd. Maar als men die maskers nu uit voorzichtigheid laat onderzoeken, wie zijn wij dan om daar tegenin te gaan. Ik? Ik draag ze nog altijd. We hebben er nog 6 miljoen liggen, als u wilt.’

Hofman staat sinds eind juni aan het roer bij Defensie, maar ook voordien zat hij als vice-CHOD al mee in de cockpit. Toen het leger in de tweede coronagolf moest bijspringen in woonzorgcentra en ziekenhuizen over het hele land, zei hij dat die hulp aan de natie zeker ‘nog enkele weken’ vol te houden was. Dat was november.

‘En we zijn er nog niet, ik weet het. Gelukkig zijn we nu niet meer nodig in de woonzorgcentra, dat scheelt. Nu zijn er andere vragen. In het militair hospitaal komt een ­vaccinatiecentrum. Ik reken daar op de inzet van zo’n zeventig mensen voor nog eens zes maanden. Dat lukt. Maar als er een derde golf komt, bovenop die vaccinatiesteun en de medische bijstand op buitenlandse missies, dan komt de medische component in ademnood. Daar zijn we simpelweg niet op gedimensioneerd. Wij halen een hoog rendement uit onze mensen en de organisatie, en dat heeft te maken met de ingesteldheid, creativiteit en fierheid. Noem het een Belgian attitude. Wij hebben iets in ons bloed waardoor we blijven zoeken naar oplossingen. Dat neemt niet weg dat we voor sommige veiligheidsaspecten fragieler zijn geworden.’

Wat gaat er dan niet meer?

‘Wel, in cijfers: we hebben vorig jaar 60 procent van onze training kunnen doen. We hebben dus 40 procent níet kunnen doen. Dat zijn dus soldaten, piloten en matrozen die je onvoldoende traint in hun corebusiness: veiligheid. Dat wij procedures en trainingen herhalen en blijven herhalen, heeft allemaal te maken met veiligheid. Duikers, piloten of parachutisten moeten hun kwalificaties behouden.’

Is er niet wat soepelheid mogelijk bij die kwalificaties? ‘Het is corona voor iedereen.’

‘Neen, daar zit geen speling op en die mag er ook niet komen. Hoe meer je oefent, hoe meer je leert uit de fouten. Een schip moet varen en de mensen aan boord moeten op alles voorbereid zijn. Ze moeten een procedure niet een of twee keer oefenen bij mooi weer, maar tien keer. Bij slecht weer! Je moet op de lastige dingen trainen. Als je vijf jaar OVG (Operatie Vigilant Guardian, de ‘militairen in de straat’, red.) doet of drie jaar piraterijbestrijding, dan ben je niet bezig met luchtverdediging of onderzeebootverdedigingsoefeningen. Een piloot die alleen maar bombardementen uitvoert, oefent niet meer op air-to-air-warfare. Je moet alles in de vingers hebben.’

‘Ik sluit daarom niet uit dat we voor bepaalde capaciteiten een stapje terug moeten zetten. Op zich is dat niet erg. Als je de focus kan ­leggen op andere zaken en na de transitie opnieuw kan opbouwen. Men moet ons geen onmogelijke opdrachten opleggen. Want dan zal ik ook zeggen dat het niet gaat.’

‘Na covid vrees ik dat het budgettair moeilijker wordt. Het zou voor sommige politieke partijen misschien wel de gelegenheid kunnen zijn om de inspanningen voor ­Defensie wat terug te draaien. Dat zou een slechte keuze zijn. Het is niet het moment om te pauzeren of minder te doen. Digitalisering, ­hybride oorlogsvoering, cyberoorlog … zijn maar enkele voorbeelden van waar er noden zijn. We concentreren onze training weer op de “high-end”, want er is behoefte om opnieuw tot op dat niveau te gaan, zoals tijdens de Koude Oorlog.’

Is een high-end gewapend conflict met een ander land reëel?

‘Het risico is reëler, ja. Neem bijvoorbeeld Rusland. Zij zijn goed gevestigd in Syrië, met toegangen tot de Middellandse Zee. In het arctische gebied en de Oostzee zijn ze ook ­actief. En ze manifesteren zich met hacking en desinformatie. Allemaal heel storende dingen. Ook China werkt daaraan, naast hun economisch offensieve aanpak. De ­cyberoorlog is al bezig en als land, EU en Navo moet je daarop voorbereid zijn. Daarvoor moeten we veel coherenter werken binnen die ­organisaties. Als je deftig wil ont­raden, dan moet je voorbereid zijn en tonen dat je die high-end aankan. En daar moet je voor trainen. Je kan maar geloofwaardig zijn, als je kan doen wat je zegt.’

In de recente Nationale Veiligheidsstrategie van Nederland wordt veel aandacht besteed aan ‘de ervaren, primaire identiteit’ en ‘complot­denken’ als voedingsbodem voor ­polarisatie.

‘Dat is een dreiging die niet alleen bij Defensie op de radar staat. Een van de eerste dingen die deze nieuwe regering heeft beslist, is om mij als CHOD ook uit te nodigen in het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid en de Nationale Veiligheidsraad. Samen met de Staats­veiligheid, het Ocad, het Crisiscentrum, Justitie, Buitenlandse Zaken … Die hybride dreiging is een van de dingen die daar worden bekeken. Bij Defensie kijken we in de eerste plaats naar de desinformatie die raakt aan onze buitenlandse missies, en naar buitenlandse inmenging die de veiligheid hier in België in gevaar brengt. Bijvoorbeeld het onderzoek naar Russische inmenging bij de verkiezingen. Via desinformatie proberen de Russen de ­eenheid binnen de EU te breken, daar zijn bewijzen van. Door twijfel te zaaien in de maatschappij passen ze het aloude verdeel en heers toe. Daarover is ook overleg buiten de veiligheidsdiensten nodig. Want wij zijn dan wel de eerste verdedigingslijn, maar dit raakt ook aan andere initiatieven en bevoegdheden zoals opvoeding, onderwijs en deradicaliseringsprogramma’s.’

Volgens de Nederlanders is er net door covid een toename van extremisme en dreiging. Stelt de militaire inlichtingendienst Adiv dat ook vast?

‘Mensen zijn door corona bijna veroordeeld om meer tijd door te brengen op hun smartphone of laptop. Omdat er verder ook grote beperkingen zijn op hun sociale leven, zitten sommigen echt vastgekluisterd aan die digitale wereld. Dat maakt mensen erg kwetsbaar en dat wordt op ­alle mogelijke manieren misbruikt. Covid heeft dat fenomeen enorm versterkt. Fake news over een negatieve bijwerking van een vaccin wordt via sociale media onmiddellijk op exponentiële schaal verspreid.’

Wat kan je daar tegen doen?

‘Het beste is anticiperen. Met ­preventiecampagnes, sensibilisering via scholen of vzw’s. Maar als het al ­circuleert, dan zit je helaas in de ­reactieve modus. Gerichte cyber­aanvallen op de trollen die dat nepnieuws versturen, zijn dan een ­mogelijkheid. En daarna moet je die foutieve verhalen counteren. Dat heeft dan weer te maken met transparantie en vertrouwen in de overheid. Daarmee kom je opnieuw op een terrein waar veel actoren moeten samenwerken. Wat gebeurt, hé.’