"Een para is een voetballer die schittert in Play-off 1, een special force speelt de Champions League"

10.12.2019 0 2397

Frogmen van de Special Forces Group
SFG

Ze spelen de Champions League, maar dan in het kakigroen in plaats van op het groene gras. Het Belgisch leger telt 140 hypergetrainde special forces en om goed te zijn, mogen er bijna honderd bij. Alleen voelen velen zich geroepen – zie het succes van ‘Kamp Waes’ – maar zijn weinigen uitverkoren om als elitesoldaat door het leven te gaan. Getuigenis van een anonieme soldaat bij de elitetroepen.

Officiële cijfers zijn er niet, maar volgens een goed ingelichte legerbron telt ons land zo’n 140 special forces. De legertop wil hun aantal opkrikken naar 225 mensen, maar wie de eerste aflevering van ‘Kamp Waes’ gezien heeft, beseft dat elitesoldaten niet van de bomen te plukken zijn.

Van die 140 elitesoldaten zijn er slechts 40 tot 50 echt inzetbaar als operator. De rest van de collega’s zorgt voor de logistiek, de opleiding en de omkadering. Wanneer ze niet trainen, voeren special forces buitenlandse missies uit. Er lopen opdrachten in Niger, Gabon, Mali en recent hebben ze ook nog met de Koerden meegevochten tegen IS. « Doorgaans droppen ze ons achter vijandelijke linies en bestaat onze opdracht uit informatie verzamelen over de vijand. » zegt Geert (fictieve naam), al jaren bij de special forces. « We kijken welke routes de vijand neemt en proberen in te schatten hoeveel er zijn. Als er Belgen in gevaar zijn in het buitenland – door bijvoorbeeld een plotse burgeroorlog- brengen ze ons ter plaatse om die mensen in veiligheid te brengen. We doen ook aan counterterrorisme: het bevrijden van gijzelaars of een terrorist uit een woning halen. Dat doen we alleen in het buitenland. In België wordt in zulke gevallen beroep gedaan op de speciale eenheden van de politie. »

Kaf van koren scheiden

Proven zoals de Bergham-run – in 50 minuten 8 kilometer lopen met een rugzak van 20 kilo – een krachtparcours waar alleen rambo vrolijk van wordt en een lastige oriëntatieloop: waar de meeste kandidaten van ‘Kamp Waes’ al op afknapten, behoort nog niet eens tot de echte opleiding tot special forces. « Dat dient enkel om het kaf van het koren te scheiden », zegt een leidinggevende. « In een goed jaar zijn er zo’n 50 kandidaten die daarin slagen. Van hen blijft uiteindelijk minder dan de helft over. Wie drie jaar in het leger is, en dat fysieke voorproefje – aangevuld met een uitgebreide psychologische selectie – tot een goed eind brengt, mag starten aan de zes maanden durende opleiding. »

In dat half jaar leren elitesoldaten in spe om zichzelf te oriënteren op basis van schetsen en kaarten op schaal 1/250.000 (in ‘Kamp Waes’ faalde bijna iedereen bij een kaart met schaal 1/50.000) en volgen er onder meer oefeningen rond overleven in vijandig gebied. Wie in het veld gaat opereren, moet dan ook nog een brevet commando behalen in Marche-les-Dames en een brevet parachutist in Schaffen. Als dat lukt, volgt nog anderhalf jaar aan internationale trainingen en specialisaties.

Die rode baret toch
De operatoren dragen – net zoals paracommando’s en tv-maker Tom Waes op een niet door iedereen gesmaakte foto – een “rode baret”. Maar er is een groot verschil tussen para’s en special forces. « Wie special force is, moet over veel zelfbeheersing, zelfrelativering en discipline beschikken », zegt een legerbron. « Niet elke para heeft dat en dat is ook niet nodig. Zij opereren hoofdzakelijk in groep, terwijl een special force zich alleen of in kleine eenheden moet zien te redden. »

Een vergelijking die vakbondsman Yves Huwart (ACMP) maakt: een para is een voetballer die schittert in PlayOff 1 en een special force speelt de Champions League. « Wij horen dat niet graag », zegt een opleider.  « Omdat het ons op een voetstuk plaatst en wij voelen ons zeker niet beter dan de rest. »

« Zo’n baret opzetten als je de beproeving niet hebt doorstaan, dat is hetzelfde als de beker in de lucht steken als je de wedstrijd niet hebt meegespeeld: eigenlijk doe je dat niet » zegt hij. « Maar de meeste special forces en para’s nemen het Waes niet kwalijk, want zijn programma stelt ons in een goed daglicht en zorgt hopelijk voor meer belangstelling. »

3.500 per maand

Nieuwe krachten zijn erg nodig, want nu zitten special forces gemiddeld driekwart van het jaar in het buitenland. « Naast de risico’s die we lopen, maakt dat aspect onze job heel zwaar », zegt Geert. « Het is al gebeurd dat ik mijn kinderen een half jaar niet heb gezien. Dat maak je niet goed met ’s avonds eens te whatsappen. De buren denken dat ik als gewone militair veel buitenlandse missies doe. ‘Amai, gij hebt niet te klagen, want ge ziet schoon bruin’, zeggen ze als ik terug ben uit Arfika. Ze moesten eens weten. » zo lang ze fysiek in staat blijven om de lastige operaties te doen, blijven operatoren elitesoldaat. Eens in de veertig schuiven de meeste door naar de opleiding en omkadering.

Logisch dat er tegenover een risicovolle job ook een financiële compensatie staat. Als special forces in het buitenland zijn, krijgen ze bovenop hun soldij – afhankelijk van hun graad – nog een dagpremie van 17 euro netto, die volgens de aard van de operatie – als dan niet gewapend of met grote veiligheidsrisico’s – kan verdubbelen of vervijfvoudigen. Para’s krijgen nog een premie van 250 euro netto en ook duikers en ontmijners worden extra betaald. « De meesten onder ons zullen wel een 3.500 euro netto verdienen per maand. Dat is een mooi bedrag. Maar ik geef ook flink wat geld uit aan kinderopvang omdat ik weinig thuis ben. Onze schuldsaldoverzekering is gigantisch veel hoger dan voor iemand met een gewone job. Een hospitalisatieverzekering is zelfs niet te betalen. Hoe je het ook draait of keert: dat komt omdat de risico’s groot zijn. Nog niet zolang geleden verloren we nog een collega tijdens een training. Voor het geld moet je deze job dus niet doen, maar het avontuurlijke bestaan, het groepsgevoel, en af en toe mensenlevens redden; dat zou ik voor geen geld willen missen. »