‘Kamp Waes’ opent met topscore van 1,5 miljoen kijkers

09.12.2019 0 4744

Stijn en Fly, beiden operator bij de Belgische special forces
VRT

Gemiddeld 1.494.074 kijkers, met een absolute piek van ruim 1,7 miljoen, keken zondagavond naar de eerste aflevering van ‘Kamp Waes’. Daarmee knoopt Tom opnieuw aan met de absolute topscores die hij eerder haalde met ‘Reizen Waes’.

Braaksel en geknakte wilskracht leveren sterke tv op. Het leger krijgt bovendien een smoel, en die is in alle ruwheid best aantrekkelijk.

Ergens tussen moed, vastberadenheid en zelfoverschatting in loopt een cavia in een doolhof. Hij is ervan overtuigd dat zijn pootjes hem met gevoel voor richting door het parcours zullen loodsen. Waar aan het einde geen mooie maagd, dan toch een frisse wortel wacht. Helaas bestaat de realiteit uit muren om tegenaan lopen. Tot de wanhoop toeslaat.
De dijen van de spreekwoordelijke cavia’s in Kamp Waes zijn wat vleziger, de basten breder. Gecombineerd hebben de kandidaten zoveel sportiviteit dat je tv-toestel spoorslags de woonkamer uit jogt. Ze sprinten marathons en kijken bijtijds dreigend. Maar ook bij hen wordt het geloof in zichzelf enkel overtroffen door de onwetendheid over de situatie waarin ze zich bevinden.
Hun doel: een verkorte opleiding uitzweten van de Special Forces, de geheime elite-eenheid van het Belgische leger. Het is meteen ook het doel op zich, want aan het einde van de rit wacht geen carrièreswitch of vast contract bij Defensie. En dát is dan weer de sterkte van het programma: te midden van alle labeur staan de emoties centraal. Mensen die tegen hun grenzen strijden om de gunst van zichzelf, dat levert mooie televisie op.

Rondje braken

Nochtans vond ik de ‘Bergam-proef’, waarbij de kandidaten in 50 minuten 8 kilometer moeten afleggen met een zware rugzak, aanvankelijk mild klinken. “Eitje”, zei ik, terwijl ik mijn Duvel in het glas liet walsen en daarmee een hap chips doorspoelde, niet gehinderd door ironie. Tot nagenoeg elke kandidaat faalde en Riet zich zelfs de kleur uit het aangezicht braakte.

Sterker nog was het bij bootcamp trainer Davide, een sympathiek brutaaltje dat het leven overzichtelijk samenvat als “no pain, no gain”. “Opgeven is geen optie, anders sla ik mijn kop tegen de muur”, vertelde hij. Of hij intussen woord hield, is onduidelijk, maar tijdens de krachtproef knapte elke vezel wilskracht. Hij kreeg zich niet meer opgeladen om in een touw te klimmen, iets wat hem doorgaans lukt met twee vingers – al dan niet in de neus. Kijken hoe ver de veer van de menselijke geest kan uitrekken, ook dat is boeiend. Tom Waes houdt intussen aan de zijlijn, als supporter, voldoende charisma over om een meerwaarde te zijn.

Zondagavond

Wat Kamp Waes niét is: een aanvuring om zelf aan het sporten te gaan. Mijn sportschoenen gingen de haard in, een vuur aangewakkerd door een mand vol stukgeslagen sportieve dromen en gefaalde ambities. Maar onderhoudend is het wel: bestond die prestigieuze zondagavond op Eén niet, dan werd het tijdsslot terstond uitgevonden om Kamp Waes in de etalage te kunnen zetten. Zonder dat je in je woonkamer gaat marcheren, leidt het bovendien tot een meer genuanceerde visie op Defensie. Het leger krijgt een smoel, en die is in alle ruwheid best aantrekkelijk.

Vier verdiende sterren. En dat is niet alleen omdat ik voor de pers­conferentie mijn thuisadres moest doorgeven aan de Special Forces.