Kamp Waes: 'De gemiddelde pacifist denkt er anders over, maar ik vind dat onze militairen meer respect verdienen'

02.12.2019 0 5844

Kamp Waes: Tom Waes bij de Belgische Special Forces Group
J. Jacobs

In ‘Kamp Waes’, het nieuwe programma van Tom Waes, waagt een ploeg van vijftien uitverkorenen zich aan het bijna onhaalbare: de opleiding tot operator van de Special Forces, het eliteteam van het Belgische leger dat geheime missies in het buitenland uitvoert.

De kandidaten worden begeleid door échte operators van de Special Forces, die ook beslissen of en wanneer er kandidaten afvallen. Een schoolreisje wordt het niet: zowel fysiek als mentaal zijn de proeven schrikbarend zwaar. ‘Maar als je helemaal geen angst voelt, ben je waarschijnlijk een psychopaat: dan hoor je hier niet thuis.’

We (Humo, nvdr) praten niet alleen met Tom Waes, maar ook met Special Forces-operators Stijn en Hugo*.

TOM WAES: "Het idee dateert al van 'Wauters vs. Waes' (2014, red.). Toen werd overwogen om ons een week lang die opleiding te laten volgen en te kijken wie als eerste opgaf. Uiteindelijk is het er niet van gekomen, maar we vonden het nog altijd een goed idee. Dus toen de Special Forces contact met ons opnamen, hebben we niet getwijfeld."

HUMO: Je moest zelf de vijftien kandidaten selecteren.

WAES: "Ik had een oproep gelanceerd en daar kwamen vijfduizend reacties op. De eerste schifting was makkelijk: om je aan te melden bij de Special Forces volstaat het niet om ooit eens een marathon gelopen te hebben. We hebben een honderdtal mensen overgehouden die fysiek écht top waren. Zij kregen een lijst van 25 vragen en daaruit konden onze twee psychologen makkelijk afleiden wie een narcist is of wie geen teamspeler is. Daarna hebben we op basis van persoonlijke gesprekken de definitieve selectie gemaakt. Ik vond dat heel moeilijk, omdat ik zelf niet precies wist wat er van de kandidaten verwacht zou worden."

HUMO: Hugo en Stijn, waar letten jullie op als jullie voor het eerst kennismaken met een groep die de opleiding wil volgen?

STIJN: "Een eerste indruk is vaak heel bedrieglijk. Ik probeer voorzichtig te observeren, zonder er meteen een oordeel aan te koppelen. Vaak wordt pas in de loop van de opleiding duidelijk hoe sterk mensen zijn. Je hebt stagiairs - zo noemen we de kandidaten voor de opleiding - die helemaal ontbolsteren, maar net zo goed heb je er die sterk beginnen, maar op een bepaald moment blokkeren."

HUMO: Is er een duidelijk omlijnd profiel?

HUGO: "Neen. Er zijn natuurlijk een aantal basisvereisten: je wordt medisch gekeurd en er zijn fysieke parameters. En je moet al drie jaar militair zijn. Voor het overige is het een complex samenspel van factoren. Natuurlijk is de fysieke paraatheid belangrijk, maar even cruciaal zijn het denkvermogen, de emotionele stabiliteit en de capaciteiten om een groep te leiden. Je zou geneigd zijn om te denken dat het bij uitstek een job voor topsporters is, maar in de praktijk klopt dat niet altijd. Een belangrijke factor is immers het slaaptekort: hoe functioneer je als je dagenlang niet of nauwelijks geslapen hebt? Topsporters moeten het vaak hebben van een strak ritme en voldoende slaap."

WAES: "Dat vind ik heel interessant in de reeks: hoe de kandidaten reageren als alle structuur wegvalt, of als ze honger en een slaaptekort hebben. Dan pas kom je te weten hoe weerbaar je bent."

HUGO: "De truc is: de dingen opsplitsen in je hoofd. Als je focust op de zware proeven die er al zijn geweest en denkt aan alles wat nog zal komen, aan al die tijd dat je uitgeput en hongerig bent, ver weg van je familie, dan word je gek. Je moet het dag per dag bekijken, proef per proef. En in je hoofd afvinken: 'Zo, dit is achter de rug. Nu concentreer ik me op het volgende.'"

STIJN: "De Mount Everest beklim je ook in stukjes."

HUMO: 'Op zoek naar avontuur' is geen geschikte motivatie, neem ik aan?

STIJN: "Toch wel. Het ís een avontuurlijke job. Maar: je zult je wel naar het team moeten schikken. Individualisten halen het niet."

HUMO: Veel proeven zijn onthutsend zwaar. Is dat echt nodig?

WAES: "Dat vond ik één van de interessante ontdekkingen: dat élke opdracht een doel heeft. Er wordt nooit zomaar hard labeur opgelegd. Kandidaten komen in situaties terecht waarin ook de Special Forces kunnen belanden."

STIJN: "Er zitten ook opdrachten bij die zo goed als onhaalbaar zijn, omdat we willen zien hoe kandidaten reageren in hachelijke omstandigheden."

HUGO: "Als we professionele kooivechters op hen afsturen, verwachten we uiteraard niet dat ze dat gevecht winnen. Wel dat ze het niet opgeven en hun limieten blijven opzoeken."

HUMO: In de eerste aflevering krijgen we een kandidaat op z'n kwetsbaarst te zien: die valt flauw en moet overgeven. Móéten we dat te zien krijgen?

WAES: "Ja, omdat het aantoont hoevér mensen gaan. Dat fragment is een eerbetoon aan die deelnemer, iemand die zichzelf voorbij alle limieten heeft geduwd. Al onze kandidaten weten dat ze nooit in hun hemd gezet zullen worden: wij maken principieel geen uitlach-tv."

HUMO: Op elk moment kunnen jullie besluiten iemand naar huis te sturen. Hoe bepalen jullie dat?

HUGO: "De teamleider neemt de finale beslissing, maar elke instructeur heeft wel inspraak. Dat is nodig, omdat er veel factoren meespelen. Iemand kan conditioneel top zijn, maar minder scoren op het vlak van teamgeest. Of iemand kan een natuurlijke leider zijn, maar iets te weinig kracht hebben. Dan overleggen we met z'n allen: wat is het beste voor de groep? En wat is het beste voor de persoon zélf? Dat is geen exacte wetenschap."

STIJN: "We moeten wel rechtlijnig zijn in die beslissingen. Dat is niet evident, want we hebben een emotionele band met die mensen. Maar op het moment zelf moet je hard zijn. En daarna kun je gaan praten met de kandidaat die wordt weggestuurd. Daar maken we een erezaak van, we willen dat iedereen met een goed gevoel weggaat. Ons doel is: geschikte krachten vinden. Niet: mensen kraken."

HUMO: Had jij echt geen idee hoeveel kandidaten er op welk moment zouden afvallen, Tom?

WAES: "Neen. We hebben als tv-makers een enorm risico genomen. Stel dat na twee afleveringen iedereen al naar huis is gestuurd: dan heb je geen programma meer, hè. En zonder al te veel weg te geven: er is wel een moment geweest waarop de ploeg en ik het somber inzagen. We hebben een paar keer gezweet.

"Achteraf, tijdens de montage, bleek die achilleshiel juist het sterke punt. Omdat er geen strak stramien was - geen vooraf bepaald aantal afvallers, geen eilandraad, geen jury - konden we heel intuïtieve televisie maken."

HUGO: "We konden ook niet toegeven op die punten. Als we de lat lager hadden gelegd en milder waren geweest dan in de echte opleiding, zouden we geen juist beeld geschetst hebben."

HUMO: Brute, stoere jongens: dat is het beeld van de Special Forces bij de man in de straat.

WAES: "Ik hoop dat de reeks goed laat zien dat de Special Forces geen ijskoude killers zijn die ergens uit een vliegtuig gegooid worden en vervolgens de boel platbranden. Neen, het zijn mensen van vlees en bloed die hard en zacht combineren. De drilsergeant die schreeuwt en kleineert, die heb ik niet gezien."

HUGO: "De instructeur moet een emotionele band met de kandidaten hebben. Als je niet weet wie je voor je hebt, als je het karakter, de gevoeligheden en de levensfilosofie van een kandidaat niet kent, kun je ook niet inschatten of hij geschikt is voor de Special Forces."

STIJN: "Het verschil tussen een klassieke militaire opleiding en die van de Special Forces zit 'm in het menselijke aspect. Je wilt niet meemaken dat je op een missie in een penibele situatie verzeilt en schouder aan schouder staat met iemand die zegt: 'Die hufter naast me heeft me alleen maar gekleineerd tijdens mijn opleiding. Dat hij zijn plan trekt!'"

HUGO: "In een klassieke militaire opleiding zoeken ze naar uniformiteit: er is een strakke hiërarchie met duidelijke afspraken, en iedereen volgt de bevelen op. Maar bij ons is het van belang dat onze mensen zélf nadenken en beslissingen nemen. Dat proberen we de stagiairs te leren."

HUMO: Er is nog nooit een vrouw door de proeven geraakt.

HUGO: "Dat is uiteraard jammer, maar we kunnen de voorwaarden onmogelijk minder streng maken."

WAES: "We hebben daar wel over gediscussieerd. Bij de Bergham Run, een proef waarbij je 8 kilometer moet lopen met een rugzak van 20 kilo, heb ik voorgesteld om het gewicht bij de vrouwen te verlagen, zodat het in overeenstemming was met hun lichaamsbouw."

STIJN: "Maar dat kan echt niet, want de basisuitrusting weegt gewoon 20 kilo. Je moet je met dat gewicht op je rug kunnen verplaatsen."

WAES: "Het is een anatomische kwestie, vrees ik: de natuur heeft vrouwen benadeeld."

HUMO: Toch heb je er vijf geselecteerd voor het programma.

WAES: "Ja, omdat ik natuurlijk hoop dat het ooit eens lukt."

STIJN: "Stuk voor stuk zijn het héél straffe vrouwen, dat zal de kijker snel merken."

HUMO: Wat doen de Special Forces eigenlijk?

HUGO: "Naast offensieve acties, zoals gijzelaars ontzetten, terroristen uitschakelen of bevriende strijdkrachten ondersteunen, vergaren we informatie in gebieden waar dat heel moeilijk is - in oorlogszones, bijvoorbeeld, of op plaatsen waar terroristen actief zijn."

WAES: "Om het concreter te maken: als IS-leider Al-Baghdadi wordt gepakt, kun je er zeker van zijn dat de Special Forces wekenlang de situatie in kaart hebben gebracht. Ze weten álles: waar hij verblijft, met wie, wanneer hij gaat eten..."

HUGO: "Op basis van onze informatie beslissen de beleidsmakers of ze een aanval laten uitvoeren, wat de mogelijke schade is, wat de risico's zijn, wat het geschikte tijdstip en de te volgen strategie is... Zonder ons werk zouden ze die beslissingen blind moeten nemen."

HUMO: Hoe groot is het gevaar dat jullie lopen?

WAES: "Als je in Fallujah of Mosul zit, ben je niet omringd door leuke buren. Dan zorg je er maar beter voor dat je niet gezien wordt."

HUMO: Al jullie operaties zijn geheim.

HUGO: "Klopt. Over lopende operaties mogen we sowieso niets vertellen. Pas als een operatie afgerond is en er geen mogelijke gevolgen meer zijn, kunnen we erover praten."

HUMO: Hoever gaat de geheimhouding? Vertellen jullie thuis waar jullie naartoe moeten?

HUGO: "Het hangt af van de aard van de opdracht, maar meestal zeggen we alleen waar we naartoe gaan. Over de inhoud van de operatie lossen we niets."

WAES: "Maar als jij in Somalië zit, weet je vrouw dat dan?"

HUGO: "Ja, maar de exacte locatie geef ik niet prijs. Nu, we zijn niet afgesneden van de wereld: in een kamp in Irak kun je 's avonds wel een whatsappje naar je vrouw sturen."

HUMO: Worden jullie vaak uitgestuurd?

STIJN: "We zitten zeven tot acht maanden per jaar in het buitenland, opleidingen inbegrepen."

HUGO: "Mijn vrouw wordt daar natuurlijk niet gelukkig van, en mijn twee kinderen missen me als ik weg ben. Je laat je gezin achter in de dagelijkse sleur."

WAES: "Net 'Reizen Waes'!"

STIJN: "Als we thuis zijn, kunnen ze ons ook meestal oproepen."

HUGO: "Het is absoluut geen makkelijk leven."

HUMO: Waarom doen jullie het dan?

HUGO: "Omdat het een way of life is. Ik vind het prachtig om deel uit te maken van een groep vrienden die samen de meest intense dingen meemaken, die even gefocust zijn om het verschil te maken, en met wie je een onvoorwaardelijke, niet in woorden te vatten band hebt. Dat maakt mij gelukkig. Ik wist al vroeg dat ik dat bij de Special Forces zou vinden. Dat was mijn doel, en daar heb ik geweldig hard voor gewerkt. Het was een roeping."

HUMO: Móét het dat zijn?

STIJN: "Neen. Ik wist nog niet dat de Special Forces bestonden toen ik bij defensie ging. Maar na verloop van tijd zocht ik iets nieuws, iets waarin ik m'n grenzen kon verleggen."

HUGO: "Dat is belangrijk: de wil tot zelfvervolmaking. Altijd hoger, beter en verder."

HUMO: Er zijn ook mensen die die drang niet kennen, die tevreden zijn met hun eenvoudige job en op vrijdagavond een Duvel drinken in hun stamcafé.

STIJN: "Absoluut, ieder zijn meug. Dat streberige van ons, die hang naar het oprekken van grenzen, maakt ons niet superieur. We komen vaak in gebieden waar mensen in miserabele omstandigheden leven, en daardoor beseffen we heel goed wat een luxe het is dat we hier vuilnismannen hebben die het afval komen ophalen. Daardoor gaan we net méér al het anonieme, misschien niet zo opwindende werk van andere mensen waarderen."

HUMO: In oorlogsgebied moet je ook bereid zijn om de mens op z'n lelijkst te zien, denk ik.

STIJN: "Zeker. Maar we worden ondersteund door een heel netwerk, inclusief psychologen."

HUGO: "Een belangrijk deel van de opleiding gaat over hoe je moet omgaan met de gruwel die je te zien krijgt. Je moet immers op elk moment rationeel blijven handelen. En jezelf voorhouden dat je een hoger doel dient. Wij zijn er om de westerse waarden en vrijheden te beschermen en te verdedigen tegen wie die wil ondergraven. Dat is de functie van defensie: je verdedigt waar jouw land voor staat, en dat zijn niet de waarden van bijvoorbeeld het kalifaat."

WAES: "Ik wil toch eens luid en duidelijk zeggen dat we ons leger dankbaarder moeten zijn. We vinden het allemaal maar normaal dat we hier in een comfortabele, vrije samenleving leven. Maar zo evident is dat niet: af en toe moet je ingrijpen als mensen die samenleving onderuit willen halen. Ik weet het, de gemiddelde pacifist denkt daar anders over, maar ik vind dat onze militairen meer respect verdienen."

HUMO: Moet je begrijpen waar de vernietigingsdrang van bijvoorbeeld IS vandaan komt om die te bestrijden?

HUGO: "Ja. Wij weten hoe de conflicten in een regio zijn ontstaan, we weten ook wie we tegenover ons hebben. Dat is absoluut nodig, omdat je bij elke actie die je onderneemt moet kunnen inschatten wat de mogelijke gevolgen zijn. Hoe zal die man in Irak reageren als hij wordt aangevallen? Maar ook: hoe zullen de lone wolves in Europa reageren als we hem uitgeschakeld hebben? Eén geweerschot in het Midden-Oosten kan de volgende dag tot aanslagen in alle Europese hoofdsteden leiden."

HUMO: Is het niet moeilijk om daarna thuis te komen bij je gezin, dat al die ervaringen niet heeft gehad?

HUGO: "Dat is telkens weer moeilijk. Als je van het menselijk leed terugkomt, kan een discussie over de smaak van een chocolaatje plots heel onzinnig en banaal lijken."

WAES: "Ik had dat ook altijd als ik terugkwam van een plaats waar het lastig leven is. Dan kon ik er even niet tegen dat mijn kinderen over een futiliteit aan het ruziën waren."

STIJN: "Ik heb dat eenvoudig opgelost: ik vertel niets over wat ik heb gezien. Mijn vrouw heeft ermee leren leven dat ze niet precies weet wat mijn job inhoudt. Je krijgt het ook niet uitgelegd aan iemand die er niet bij is geweest."

HUMO: Maar het is dus mogelijk dat jij al mensen hebt gedood en dat je vrouw dat niet weet?

STIJN: "Ja, natuurlijk."

HUMO: Is dat dan geen cruciale informatie voor twee geliefden?

HUGO: "Wat zou mijn partner eraan hebben om dat te weten? Ze wéét welke job ik doe en wat die mogelijk inhoudt. Als ze daar niet mee kan leven, is het onzinnig om aan die relatie te beginnen."

HUMO: Jij hebt twee jonge kinderen, Hugo. Is er sinds hun geboorte iets veranderd voor jou?

HUGO: "Mijn leven is een stuk drukker geworden (lacht). Nee, ik ben inderdaad minder streng geworden sinds ik kinderen heb, en ik kan de dingen meer relativeren. De risico's van het dagelijkse leven houden me ook meer bezig. Ik heb kinderen op de wereld gezet en ik wil hun vader zijn, maar dan moet ik er ook wel zíjn voor hen. Gek genoeg heb ik vooral in mijn privéleven ingegrepen: ik was een basejumper, maar daar ben ik mee gestopt. In mijn professionele leven is er niet zoveel veranderd, omdat we daar sowieso voortdurend risico's inschatten."

HUMO: Moet je angst voelen? Of net niet?

HUGO: "Het is belangrijk dat je angst voelt, maar het is even belangrijk dat je niet toelaat dat die angst jou overneemt. Gecontroleerde angst zorgt ervoor dat je een correcte inschatting van de situatie kunt maken."

STIJN: "En als je helemaal geen angst voelt, ben je hoogstwaarschijnlijk een psychopaat en hoor je niet thuis bij de Special Forces."

HUMO: Zou het iets voor jou zijn, Tom?

WAES: "Ja, dat denk ik wel. Ik heb mijn legerdienst gedaan en toen knapte ik af op het streng-militaire. Maar intussen is het leger erg geëvolueerd en is het takenpakket ook veranderd. Was ik nu 20, dan zou ik me aanmelden bij de Special Forces, ja.

"Ik ben zeven jaar beroepsduiker geweest. De camaraderie op een booreiland en het gigantische vertrouwen dat we in onze teamgenoten moesten hebben, omdat onze levens in elkaars handen lagen, herken ik heel erg in de verhalen van Hugo en Stijn."

STIJN: "Mijn collega's zijn mijn vrienden. Ze zitten echt onder mijn huid. Dat is ook logisch: we zien elkaar vaker dan onze partners."

WAES: "Dat ken ik ook. In 2020 neem ik een nieuwe reeks van 'Reizen Waes' op, en dan zal ik méér dagen met mijn cameraploeg doorbrengen dan met mijn vrouw."

STIJN: "Maar die opofferingen zijn het waard. Als ik kijk naar de persoon die ik nu ben, dan is die grotendeels gevormd door mijn werk. Ik ben geworden wie ik ben dankzij de Special Forces."

HUGO: "Dat is nog zo'n voordeel: je leert jezelf écht kennen. Onvermijdelijk zijn er momenten waarop je jezelf fysiek of mentaal tegenkomt. Gebruik je je ervaring dan om een betere operator en een beter mens te worden, of kap je ermee?"

HUMO: Zou je het ooit doen, ermee kappen?

STIJN: "Meer zelfs: ik heb beslist dat ik ermee ga ophouden. Ik heb ook twee kleine kinderen, en het voelde aan als een kantelmoment. Ik moest voor mezelf beslissen of ik dit soort werk mijn hele leven zou doen, of dat ik me op iets nieuws zou storten. Het is het tweede geworden: binnenkort start ik een bedrijfje op."

WAES: "Ik ben indertijd gestopt met duiken omdat ik jonge kinderen had en ik vond dat ik te veel in het buitenland zat. Dat klinkt, euh, wel ironisch als je ziet wat ik daarna ben gaan doen (lacht)."

HUGO: "Als er ooit een moment komt wanneer het op is, moet je vooral eerlijk zijn tegenover jezelf en je vrienden. We letten ook bij elkaar op die signalen. Want zodra je bij de familie hoort, zorgen we voor je."

Kamp Waes Eén, zondag 8 december, 20.00