“45 Belgische militairen in behandeling voor trauma opgelopen tijdens zending”

2/07/2021, 12:00
JTAC Aircontroller
Shares208

45 Belgische militairen zijn in behandeling voor een trauma opgelopen tijdens een zending. Dat blijkt uit cijfers van Defensie. “Een onderschatting”, zeggen militairen. “Mentale problemen worden vaak verzwegen.” Was dat ook het geval bij Jürgen Conings? “De begeleiding na een veeleisende missie stelde lang te weinig voor”, klinkt het.

Hoe ernstig kan een buitenlandse missie in het hoofd kruipen? Het is één van de vele vragen die gesteld worden na de dood van Jürgen Conings. De voorbije weken zorgde de berichtgeving rond de soldaat voor talloze reacties uit militaire hoek. Reacties van mensen die vandaag nog steeds binnen defensie actief zijn, maar ook blauwhelmen op rust die hem gekend hebben of spreken van een onmiskenbare band. “Want wie zich in het wespennest van het vroegere Joegoslavië heeft begeven is een broeder voor het leven”, vertelt een ex-infanterist.

Ongeacht de motieven waarmee Conings de kazerne van Leopoldsburg op maandag 17 mei verliet, is iedereen die hem gekend heeft stellig: gebeurtenissen tijdens buitenlandse missies hebben diepe littekens achtergelaten. “Dat geldt voor ieder van ons, maar voor de ene weegt het zwaarder op het gemoed dan de andere. En dan zit je bij Defensie niet op de juiste plaats om met je demonen af te rekenen”, luidt het.

Gratis psychotherapeutische ondersteuning

Het Belgische leger heeft thans een draaiboek voor militairen die naar het buitenland trekken. Zo gaan de militaire aalmoezeniers, beter bekend als padres, mee op missie voor morele ondersteuning en staat ter plaatse een RMO of raadgever mentale operationaliteit klaar voor zij die het nodig hebben. “De psychologische steun wordt bepaald volgens een risicoanalyse van de missie en onder meer door een individuele bevraging bij het personeel”, luidt het bij de woordvoerder van Defensie. “We begeleiden de soldaten ter plekke tijdens de missies en focussen ook op de achtergebleven familieleden. Tijdens kritieke situaties zal meteen een specifiek preventieve ondersteuning volgen voor iedere betrokkene. Na de opdracht en afhankelijk van de soort missie kan een decompressieperiode georganiseerd worden. Elke militair zal na de zending ook systematisch ondervraagd worden. Als uit die bevraging blijkt dat er symptomen zijn die kunnen wijzen op psychologische of psychiatrische problemen, kan elke militair gratis genieten van onze psychotherapeutische ondersteuning. Ook kan het personeel doorverwezen worden naar de meest geschikte behandeling. Dat kan binnen of buiten het leger gebeuren. Zonder dat het medisch geheim geschonden zal worden. Het handhaven van het evenwicht en de geestelijke gezondheid is altijd een prioriteit geweest.”

De gestandaardiseerde vragenlijst die elke militair bij terugkomst invult, leidde sinds 2017 tot 135 gerapporteerde problemen van psychologische/psychiatrische aard. Dat zijn niet noodzakelijk 135 militairen want er kunnen meerdere aandoeningen aangeduid worden. Voor een kwart van de aandoeningen werd een gesprek met een betrokken arts gevraagd. Dat zijn relatief lage cijfers als je weet dat de militairen zeggen dat “iedereen die in oorlogsgebied is geweest een rugzak draagt.” Volgens de mensen uit het leger die we spreken, was er jarenlang amper aandacht voor. “Natuurlijk hebben we onze RMO’s, onze psychologen in feite”, zegt een gepensioneerde militair. “Maar de begeleiding na een veeleisende missie stelde lang te weinig voor. Nog niet zo gek lang geleden landde je op Merksplas, ging je met je gezin naar huis en genoot dan van twee weekjes verlof. Je meldde je daarna weer op het werk aan en vervolgens volgde een gesprek met de RMO. Dat kon individueel of in groep zijn. Er werd je gevraagd hoe het verlof was, of alles goed ging en of je zelf nog iets kwijt wilde. ‘Alles goed’, was het cliché antwoord. Ook al wist je dat het niet zo was.”

Schrik voor veiligheidsmachtiging

De machocultuur speelt ook een rol, erkennen de militairen. Niemand wil als iemand met een zwakke mentale gezondheid gezien worden. “Je problemen op tafel gooien kan ook nadelig zijn voor je carrière bij defensie”, vertelt een militair op rust. De problemen achterhouden heeft volgens de militairen een goede reden. “Iedereen kent de verhalen van zij die gaan praten met de RMO en na hun biecht worden overgeplaatst. Ze verliezen hun veiligheidsmachtiging en belanden bijvoorbeeld aan de afwas. Voorts wil je net de traumatische ervaringen vergeten en met een RMO ga je alles weer oprakelen en zal er nog dieper in het verleden gegraven worden. Dat kan dan weer maken dat je een agressieve houding opwekt. Onderling wordt overigens zelden gepraat over de zaken die je ziet op je buitenlandse opdracht.”

Loslaten is de boodschap. “Niet iedereen kan daar even goed mee overweg”, zegt een vroegere blauwhelm. “Toen wij in het buitenland zaten was er een panische schrik voor landmijnen. Maar terwijl onze troepen een ontmijningsdienst hadden om naar explosieven te speuren zetten de lokale bevolkingen weeskinderen in. Die moesten voorop lopen… Een oorlog rukt gezinnen uit elkaar en laat hele families verdwijnen. Vaders sneuvelen en moeders worden gefusilleerd. Hun kinderen blijven achter en die betekenen nog amper iets. Je wil als militair meewerken aan een betere toekomst. De overtuiging is groot en doet veel goede zaken. Maar even vaak is het machteloos toekijken terwijl het niet loopt zoals je dat zou willen. Vergeet de confrontatie niet met culturen die het niet nauw nemen met zaken die thuis als normaal worden beschouwd. Denk maar aan de gelijkwaardige plaats van de vrouw in de maatschappij. Voorts moet je elke dag opnieuw op je hoede zijn voor het ergste dat kan gebeuren. Die spanning zorgt voor stress en kan je kraken. Ik weet dat iemand van onze groep na de missies in de Balkan op café altijd tegen de muur ging zitten. Hij bleef zijn hele leven over zijn schouders kijken, angst voor hetgeen zich in zijn rug afspeelde.”

Dat heet dan symptomen van een complexe posttraumatische stressstoornis (PTSS). Hoewel niemand het met zekerheid kan zeggen, omdat ze het medische dossier van Conings niet kennen, beweren meerdere militairen die hem gekend hebben dat zijn recente handelen ook met die aandoening te maken kan gehad hebben (zie verder). “PTSS komt vaker voor dan je zou denken”, luidt het.

“Vandaag zijn bij het Centrum voor Geestelijke Gezondheid (CGG) in totaal 45 mensen in behandeling voor een missie gerelateerd trauma”, reageren ze bij Defensie. “In 2020 ontving het CGG twaalf nieuwe patiënten voor ‘trauma’. Bij acht van hen is er een link met een missie.” Toch is het aantal militairen dat met PTSS kampt minder hoog dan wordt gesuggereerd. “De cijfers van de opvolging in 2018 tonen dat de problematiek van posttraumatische stress niet het hoofdprobleem is na een zending. Slechts 2,5 procent van de militairen die worden opgevolgd door het Centrum, vertoont zulke klachten. Het trauma is meestal niet gelinkt aan een zending. Verschillende studies tonen aan dat de periode na de zending wordt gekenmerkt door persoonlijke, familiale en professionele problemen. Vaker gaat het om gewone stress, depressies of andere psychosociale problemen”, besluiten ze bij het leger.

Pillen tegen angstpsychoses

Een vroegere militair die zijn oorlogsverleden mee op de schouders draagt kon de gebeurtenissen uit het verleden intussen een plaats geven zonder dat hij een psycholoog moest raadplegen. “De eerste nacht in de Baranja (strijdgebied tijdens de Balkanoorlog in de jaren 90, nvdr.) kon door de adrenaline niemand de slaap vatten. We kregen daarom een Clozan. Dat is medicatie om slapeloosheid veroorzaakt door angst tegen te gaan. Vandaag heb ik deze pillen nog altijd in het medicijnkastje staan. Soms kan ik vijf, zes nachten op rij rustig slapen, maar dan overvalt die slapeloosheid mij plots. Alsof ik in mijn onderbewustzijn alle scenario’s opnieuw afspeel. Zulke nachten sta ik op uit bed, neem ik een Clozan en kijk ik televisie. Tot de storm in mijn hoofd gaat liggen”, besluit de man.

De missies van Conings: van een bloedige Balkanoorlog naar een “mokerslag” in Afghanistan

Leed Jürgen Conings aan een complexe posttraumatische stressstoornis (PTSS) of een ander mentaal probleem? “We spreken hier over iemand die een tiental keer op zending vertrok. Geloof me, dat is veel. Dat kruipt in je kleren. Jürgen heeft wel wat meegemaakt, hoor”, zegt een vroegere collega.

We zitten in 1992 wanneer Conings aan de slag gaat bij Defensie. De Balkan staat op dat moment in brand. Het voormalige Joegoslavië valt op een gewelddadige manier uit elkaar en de verschillende nationalistische volkeren bezondigen zich aan etnische zuiveringen. Het Belgische leger moet de vrede gaan herstellen. Veel soldaten worden op missie gestuurd en gestationeerd in de Baranja in het huidige Kroatië. “We acteerden onder de vlag van de Verenigde Naties (VN), maar werden geconfronteerd met tal van lokale en zwaarbewapende milities die gruwelijke executies uitvoerden en dorpen uitmoordden”, vertelt een militair op rust die er in de beginjaren negentig bij was.

Arkan Tigers

Ook Conings vertrekt als jonge soldaat van de infanterie bij het Bataljon Bevrijding – 5 Linie uit Leopoldsburg naar de bloedige Balkan. Tot drie keer toe zelfs. Een keer beleeft hij daar, zo beweren meerdere collega’s die hem kenden, een traumatische ervaring. Het Servische Vrijwilligerskorps onder leiding van de Servische nationalist Zeljko Raznatovic, alias Arkan, is een beruchte paramilitaire groep die in Bosnië en Herzegovina de burgers wreed behandelen en vermoorden. De militie stond beter bekend onder de naam Arkan Tigers. “Zij waren echt geen doetjes. Iedereen kende hen. Berucht om hun gruweldaden”, zeggen mensen die in de Balkan dienden. “Jürgen heeft hen van te dichtbij leren kennen. Hij was er bij toen die Serviërs een sectie van ons leger gijzelden. Het was een absolute kwelling. Eentje van isolement en bedreigingen met schijnexecuties. Maar uiteindelijk is dat wel goed afgelopen”, vertelt een vroegere collega. Een familielid aan moederszijde weet dat hij daarmee geworsteld heeft: “Zijn mama leefde nog waardoor we elkaar regelmatig zagen. Dat verhaal is dan naar boven gekomen. Jürgen zei dat die Serviërs schoten losten om schrik aan te jagen. ‘Ik dacht steeds dat de volgende voor mij ging zijn’, vertelde hij daarover. Of het een met het ander te maken heeft, weet ik niet. Maar na de Balkan-missies kende Jürgen wel wat problemen. Hij raakte aan de drugs. Kroop meer in zijn schulp”, zegt het familielid. De gebeurtenissen zouden zich hebben afgespeeld van augustus tot december 1995. Er zijn militairen die zeggen dat de Dilsenaar een van de gegijzelden was. Iemand anders beweert dat het om een andere sectie ging, maar hij nauw met hen samenwerkte. Bij het leger geven ze geen commentaar omdat het over de ‘persoonlijke levenssfeer’ gaat.

Repatriëring na wanhoopsdaad

Na de woelige periode in de Balkan en in 1999 een kort vertrek bij Defensie keert Conings in 2003 terug naar het leger. Hij vertrekt dat jaar meteen op missie naar Afghanistan wanneer hij in november te horen krijgt dat zijn moeder zelfmoord heeft gepleegd. “Dat was een mokerslag. Ik weet zelfs niet of hij het ooit volledig heeft kunnen verwerken”, vertelt een ervaren militair. “Het verdriet was immens, maar Jürgen was eveneens woedend op het Belgische leger”, vult het familielid aan. “Hij is daar weggehaald om hier van zijn moeder afscheid te kunnen nemen, maar kreeg daarvoor geen hulp van zijn werkgever. Het waren de Nederlanders die een vlucht voor hem regelden.” De woordvoerder van Defensie kan geen uitleg geven over dit specifieke geval, maar “weet wel dat door de bilaterale samenwerking tijdens operaties het niet ongewoon is dat Belgische militairen door andere landen gerepatrieerd worden en vice versa”, klinkt het.

Na het overlijden van zijn moeder en zijn repatriëring trok hij sinds 2011 nog driemaal terug naar Afghanistan en zat hij ook in Jordanië voor buitenlandse opdrachten. Of hij uiteindelijk aan PTSS of een andere psychologische aandoening leed is onduidelijk, al werd in de zoektocht naar hem wel medicatie gevonden om angstpsychoses te onderdrukken.