“Denk je nu dat elke militair een wapen heeft? Dat is al 15 jaar niet meer zo”

14.03.2020 0 1892

Generaal Marc Thys, hoofd Transitieteam Defensie
guy puttemans

“Nog nooit heeft een generaal koffie voor mij gezet”, zegt de fotograaf. Nog wel de generaal die het noodlijdende Belgische leger moet redden. Crisismanager doopte de pers hem, al heet het officieel transitiemanager. Of hij optimistisch is? “Tuurlijk”, antwoordt Marc Thys. “Altijd. Ik zie de kwaliteit van onze mensen. Dat maakt mij optimistisch ondanks alles. En als de centen niét komen? Dan moeten we eens diep nadenken voor een wit blad papier.”

Boven de koffiezet, aan de wand van zijn kantoor in het hoofdkwartier van Evere, hangt een stafkaart uit 1933 van Hasselt en omgeving. Hasselt, dat is de geboortestad van Marc Thys (57). Al woont hij nu in Herent, de roots zijn bronsgroen. Grootvader was mijnwerker, ouders woonden in Tuilt bij Kuringen, maar hij groeide op in Diest door ... het leger. Zijn vader - een onderofficier - ruilde de kazerne van Leopoldsburg voor die van Diest en Schaffen. Voor het gezin was Diest dan handiger. Hij lacht als we hem met die antecedenten toch tot Limburger bombarderen.

Thys staat erom bekend communicatief te zijn. Wat eerder atypisch is in het leger waar zwijgen meestal goud is. Thys denkt anders: “Ik zeg altijd: Als je zelf niet spreekt, dan spreken ze voor u. Aan communicatie moeten we inderdaad nog wat werken binnen Defensie.”

U was nog baas van de Landcomponent toen u in januari 2019 tweette dat het leger in een diepe existentiële crisis zat. Hoe zit het met die crisis?

“Die is er nog altijd. Daarom is het transitieteam opgestart in oktober. Belangrijk vind ik dat we eerlijk moeten durven zijn tegenover onszelf. We mogen geen cheques uitschrijven die niet gedekt zijn. We mogen geen ambities koesteren die een te grote druk leggen bij ons personeel. Zeker in onze business waar het om mensenlevens gaat. In operaties hebben we een can do-mentaliteit. Lossen we de zaakjes wel op. In België is die mentaliteit net een handicap. Hier geven we daarmee het beeld van Kijk, ze kunnen het toch. Ze kunnen nog een beetje meer besparen. Maar het gevaarlijke is, en dat gevaar is niet zichtbaar, dat we intussen meer en meer risico's hebben genomen. Zoals ons bijvoorbeeld driedubbel plooien om mensen tijdig getraind te krijgen voor operaties. Omdat er te weinig van dit is, te weinig van dat. Voortdurend gaat er materiaal heen en weer. Dat is heel frustrerend. Denk je nu dat elke militair een wapen heeft?”

Is dat dan niet zo?

“Dat is al vijftien jaar niet meer zo. Wapens worden collectief samengebracht en zo weer verdeeld. We hadden bijvoorbeeld ook een operationele test- en evaluatiestructuur. Om nieuwe wapensystemen te testen, om reglementen en protocollen te schrijven hoe je die wapens moet gebruiken. Die structuur hebben we wegbezuinigd door onze can do-mentaliteit. We moeten een rode lijn trekken. We staan soms te dicht bij die lijn, soms er zelfs op, misschien zelfs erover. We moeten op tijd durven zeggen: Sorry, dat doen we niet meer.”

Zoals F-16's die neerstorten zoals vorig jaar in Bretagne.

“Dat onderzoek loopt nog. De oorzaak is nog niet bekend. Maar in het algemeen moeten we onze veiligheidscultuur wel weer opbouwen, ja. Ken je de theorie van de emmentaler voor de veiligheid?”

Neen.

“Een schijf emmentaler heeft kleine en grotere gaten. Dat houdt niets tegen. Maar hoe meer schijven kaas je op elkaar legt, hoe minder gaten er zullen zijn. Tot er geen gat meer is. Die lagen moet het leger weer opbouwen. Nu zijn sommige van onze structuren veel te dun.”

Vandeputs Strategische Visie programmeerde in 2030 een leger van 25.000 manschappen. Die 25.000 zijn nu al zo goed als bereikt.

“Dat klopt.”

Zal u geen taken moeten afstoten? Eind 2024 zouden we nog maar 20.000 inzetbare militairen hebben.

“Dat cijfer klopt niet. Het zullen er 22.000 zijn, meen ik. Maar het is wel een van de redenen waarom we nog meer moeten rekruteren. We hebben nu 2.100 vacatures lopen. Dat zal de volgende jaren nog verder stijgen naar 2.300, misschien zelfs 2.500. Dat doen we om onze kerncapaciteit terug op te bouwen. Zoals de gevechtseenheden bij de Landmacht. In de leeftijdscategorie van 18 tot 35 jaar had ik tussen midden 2018 en midden 2019 vijfhonderd man meer, maar bij de ouderen was ik met duizend teruggevallen. De uitstroom is nu groter dan de instroom. Maar aan die pensioengolf komt een eind in 2027-2028. Vandaar dat we intussen civiele krachten binnentrekken om niet-militaire taken op zich te nemen. Zoals outsourcing. En ook door meer jonge mensen onder de 26 jaar een eerste werkervaring te geven met een zogeheten Rosetta-contract. We hebben de regering gevraagd om er meer binnen te mogen halen.”

Nog een pijnpunt: de aftandse infrastructuur. Onderofficierenschool Saffraanberg is niet bepaald wervend als uit de douches plots geen warm water meer komt.

“Op betere infrastructuur gaan we inderdaad keihard inzetten. Je motiveert geen mensen die plots de klink vast hebben als ze het toilet willen verlaten.”

Gebeurt dat?

“Je mag eens proberen. ( lacht) Onze kazernes hebben ongeveer een totale waarde van vijf miljard. Een vuistregel zegt dat je elk jaar vijf procent van die waarde moet investeren in het onderhoud van die infrastructuur. Voor Defensie is dat dan 250 miljoen per jaar. Wel, we hebben de laatste twintig jaar periodes gekend dat we maar 20 miljoen daarvoor kregen . Deze eeuw hadden we vijf miljard moeten gekregen hebben voor dat onderhoud. Ik denk niet dat we aan twee miljard zijn geraakt. Zo zijn we op alle fronten bezig met een enorme inhaalbeweging. Het is niet alleen de infrastructuur, we hebben ook geen diepgang meer in de organisatie, in de logistiek, in de voertuigen, in de wapens.”

Kortom, meer geld. Uw baas, chef Defensie Marc Compernol, vroeg in januari minimum 1,28 procent van het BNP in 2024. Nu is dat met 2,75 miljard niet eens 1 procent van het BNP. Is dat wel realistisch?

“Zelfs als onze chef Defensie die 1,28 procent tegen 2024 krijgt, dan zullen we de rest van het NAVO-peloton nog verder zien wegrijden. Herinner u de Strategische Visie van minister Vandeput. Die voorzag 1,3 procent van het BNP tegen 2030. Daarmee zouden we aansluiten bij het gemiddelde van de niet-nucleaire Europese NAVO-landen. Maar vandaag ligt dat gemiddelde van onze niet-nucleaire Europese collega's al boven 1,5 procent. Al onze partners hebben een versnelling ingezet in de uitbouw en modernisering van hun apparaat.”

Maar is die 1,28 procent wel realistisch met een ontsporende begroting?

“Ik weet het. Al stel ik bij politici een evolutie naar meer begrip vast. Ook voor andere federale overheden zal het een van de kernvragen zijn voor het land. Het zal een kwestie van prioriteiten leggen zijn. Ik heb het twee jaar geleden al eens gezegd: Misschien stappen we beter uit de NAVO. Want als we die 1,28 procent niet doen, desolidariseren we ons nog meer van onze partners. Het gaat niet alleen over Trump en de twee procent die hij eist van elke NAVO-lidstaat. Het gaat vooral over wat Duitsland aan ons vraagt, Frankrijk, Nederland, Griekenland, de Baltische staten… Als je je buitenlandse veiligheid organiseert via partnerschappen en allianties, dan laat je een deel van je soevereiniteit vallen en organiseer je je veiligheid in clubverband. Dan speel je voor de hele club. Twee van die clubs hebben hun zetel in Brussel. Weet je wat de NAVO en de EU, met die duizenden diplomaten, medewerkers en lobbyisten, betekenen voor het BNP van het Brussels gewest?”

Neen.

“25 procent of vijf miljard toegevoegde waarde. Evenveel als de budgetten van Defensie, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking samen. Ook daarom krijgen wij als land het verwijt: You're a freerider. Jullie rijden voor niks.”

Er zijn nochtans fameuze investeringen gedaan. 9,2 miljard zal er gaan naar nieuwe wapensystemen, de F-35 voorop.

“Dat is waar. De grote verdienste van Steven Vandeput zijn die investeringen in het materiaal geweest. Heel belangrijk om de organisatie weer op te bouwen. Maar is dat voldoende? Neen. Nu moet de rest volgen: investeren in het personeel, in concurrentiële verloning, betere sociale promotie, betere extralegale voordelen. Zo komt er een communicatiepremie van 15 euro erbij op de loonbrief van april. Maar ook een betere infrastructuur. Waarbij we geen luxe vragen, maar die wel modern en aangepast moet zijn.”

Is Defensie wel een goede werkgever?

“Daar werken we in elk geval hard aan. We hebben een unieke niche in de arbeidsmarkt: interessante jobs die relevant zijn voor de maatschappij, maar die ook avontuur bieden. Wellicht zijn we te lang een organisatie geweest die vooral aan efficiëntie dacht. Ik kan het leger perfect efficiënt organiseren met één vliegbasis voor onze F-16's en twee garnizoenen voor onze gevechtstroepen, één in Leopoldsburg en één in Marche-en-Famenne. Maar dan zouden we geen mensen meer vinden. We moeten dus niet zozeer efficiënt denken. We moeten vooral effectief denken. Dan betrek je de mens erbij. Waarbij er evenwicht is tussen de belangen van de organisatie en de belangen van het individu. Daarom is het zo belangrijk om op zo veel mogelijk plaatsen in het land aanwezig te zijn.”

U wilt weer eenheden zien bijkomen in de blinde militaire vlek van België? In West- en Oost-Vlaanderen en Henegouwen dus.

“Ja. Omdat mobiliteit essentieel is voor de work-life-balans bij jonge gezinnen. Een militair moet vandaag gemiddeld 53 km rijden om zijn kazerne te bereiken terwijl een gemiddelde werknemer in België 20 km rijdt om op zijn werk te raken. Enkel, hè. Dus ja, er moeten weer eenheden bijkomen in het westen van het land. Liefst ook nog met een nieuwe kazerne. In Oost-Vlaanderen bijvoorbeeld.”

Als u eenheden weghaalt, is dat slecht nieuws voor Leopoldsburg.

“Maar neen. Dat zal goed nieuws zijn voor Limburg. Als je wil dat er meer Limburgers kunnen werken in Limburgse kazernes, dan zullen er eenheden deels moeten verhuizen uit Limburg. Vandaag worden Limburgse kandidaten wel eens weggeduwd door Oosten West-Vlamingen. Maar als die in hun buurt eenheden vinden, is er weer meer plaats voor de Limburgers. Let op, niemand zal gedwongen vertrekken. Dat zal gebeuren op vrijwilligheid om dan in het westen weer opnieuw op te bouwen. De eerste vraag die ik in Leopoldsburg kreeg als commandant van de Landmacht kwam van een jonge soldaat met een West-Vlaams accent: Generaal, wanneer krijgen we ook een gevechtseenheid in West-Vlaanderen?”