Fly: “We zijn in slaap gesust door ons goede leven. Defensie is de buffer tussen dat goede leven en de gruwel daarbuiten.”

08.02.2020 0 36237

Fly, RSM van de Special Forces en bekend van Kamp Waes
Dick Demey

"Zijn echte naam hoeft niet eens meer. Sinds Kamp Waes kent heel Vlaanderen deze Limburger onder de naam Fly. “Ik kan me voorstellen dat wat de special forces doen tot de verbeelding spreekt en op een avonturenfilm lijkt. Maar voor ons is het een heel serieus beroep.”

Thuis bij Fly. De dikke kat snurkt op de bank. Erna, zijn vrouw, zet koffie. Hij antwoordt rustig en beredeneerd. Zijn stem klinkt zacht. Net zo attent is deze 52-jarige militair voor zijn vrouw. Dit lijkt haaks te staan op de viriele wereld van Kamp Waes waarvan zondag de compilatieaflevering geprogrammeerd staat. Toch heeft Fly 27 buitenlandse operaties op de teller. “Vijf jaar geleden ben ik gestopt als operator bij de special forces. Ik was versleten. Nu ben ik de RSM van de eenheid. De vertrouwenspersoon, het klankbord.” Over het kijkcijferkanon Kamp Waes, dat hij grotendeels beschouwt als zijn geesteskind, wil hij wel praten, al houdt hij niet van personencultus. “In het begin was ik op missie in het buitenland. Nu is er niet meer aan te ontsnappen. Ik ga al twintig jaar naar dezelfde fitness, waar ik nooit met iemand spreek, maar gewoon mijn ding doe. Nu word ik daar aangestaard.”

Over het echte werk is hij dan weer zeer discreet. “Operatoren bij de special forces zijn geen mensen die op café hun avonturen vertellen. Discretie hoort bij de aard van ons werk.”

Hoe verzeilde Fly bij de special forces?

“Een soort roeping. Ik wilde altijd al militair worden en ging binnen als onderofficier bij de para’s. Na enkele jaren besefte ik dat ik me begon te vervelen. Telkens weer diezelfde oefeningen. Tot een collega, ook een Limburger, zei: Fly, jij moet bij de special forces gaan. Al heette dat toen nog de gespecialiseerde verkenningspatrouilles.”

Spijt gehad?

“Geen minuut. Toen ik me kandidaat stelde, was ik 23. Op het moment dat ik binnenkwam, wist ik: Hier hoor ik thuis, dit heb ik altijd gezocht. Dat gevoel is gebleven.”

Was Fly toen net zo onder de indruk van die zware proeven?

“De Qualification Course, zoals wij die noemen, was op dat moment het meest intense van mijn leven, los van wat erna kwam. Vraag het aan de kandidaten van Kamp Waes. Ze zullen je allemaal zeggen dat het een levensveranderende ervaring is geweest. Alleen duurde die opleiding bij ons niet één week, maar zes maanden. De invloed van die aanhoudende stress op de herinnering is niet te onderschatten.”

Hoe bedoel je?

“Sommige herinneringen worden er door stress ingebrand. Ik kan me nog zo voor de geest halen hoe ik dertig jaar geleden door de bossen wandelde.”

Toch is ‘Kamp Waes’ uiteindelijk een tv-programma. Een spel. In de aflevering waarin de kandidaten gegijzeld waren, wist je als kijker gewoon dat de gijzelnemers onmogelijk verder konden gaan dan enkele emmers koud water over de hoofden uit te gieten.

“Dat mag je toch niet onderschatten. Zeker niet na een aantal dagen met slaaptekort en te weinig eten. En net nadat je veel fysieke inspanningen hebt gedaan en je mentale veerkracht al een serieuze deuk kreeg. Met daarbovenop permanente, onophoudelijke stress. Stress is alles wat je lichaam of geest als onaangenaam ervaart. Ik nodig je uit om met natte kleren buiten twee uur op je knieën te zitten. Zonder te bewegen. Na tien minuten begrijp je dan al wat de kandidaten twaalf uren hebben moeten ondergaan. Uiteraard deden wij niets levensbedreigend en zou er niemand letsels oplopen - we zijn IS niet - maar lichaam en geest werken op zo’n momenten anders. Dan heb je minder realiteitsbesef, ben je minder rationeel.”

Akkoord. Ben jij in levensbedreigende situaties terechtgekomen?

(denkt na) “Het hoort bij het beroep. Als het over gevaar en risicoanalyse gaat, zijn wij de meest voorzichtige eenheid. Voor zover je oorlog kan inschatten, ondernemen we nooit iets zonder zeker te zijn dat we het er heelhuids afbrengen. Dat maakt gevaar relatief. Een brandweerman weet wat hij doet als hij een brandend huis binnengaat. En iedereen heeft hoogtevrees tot je iedere dag op een dak werkt. Uiteindelijk word je alles gewoon. Omdat je getraind bent. Bij ons is elk risico berekend.”

Je werk als operator bij de special forces is dus minder gevaarlijk dan het lijkt omdat alles goed voorbereid en beredeneerd is?

“In grote lijnen is dat zo. We plannen de dingen die we kunnen voorzien en we trainen de dingen die we niet kunnen voorzien. Wat we doen, lijkt misschien op een avonturenfilm, maar in wezen is het een heel serieus beroep.”

Geef eens een voorbeeld uit de praktijk.

“Bijvoorbeeld medisch getraind zijn om je collega op te lappen als dat nodig is. Als alles goed gepland is, wordt er niet geschoten en hoef je niemand op te lappen. Maar bij elk conflict is er een tegenstander en die strooit wel eens roet in het eten.”

Ken je collega’s die gegijzeld waren en moesten bevrijd worden?

“Geen commentaar.”

Waarom niet?

Fly: “Ik zeg Geen commentaar. Dat wil in feite zeggen: Een andere vraag graag.”

Erna: “Daar praat hij zelfs met mij niet over.”

Zou je er met Erna over gepraat hebben als je ooit gevangen was genomen?

Fly: “Neen.”

Erna: “Ik heb het opgegeven om daar vragen over te stellen.”

Fly: “De mensen hier zijn niet klaar om te vernemen wat voor gruwel er gebeurt in de echte wereld. IS heeft honderdvoudig ergere dingen gedaan dan die ene Jordaanse piloot die in brand gestoken werd.”

 

“We zijn in slaap gesust door ons goede leven. Defensie is de buffer tussen dat goede leven en de gruwel daarbuiten.” Fly Special Forces

 

Dat was al gruwelijk genoeg.

“Er zijn nog gradaties. Het kalifaat was op dat vlak het ergste. Dat ging niet meer over zieltjes winnen, maar over de totale vernietiging van onze manier van leven. Dat is in het weekend met je vrouw in een kort rokje op een terras zitten. Dat is het recht om op straat te komen als je het niet eens bent met politieke beslissingen. Dat is erop rekenen dat je kind de beste medische zorgen krijgt als het ziek is. Wij zijn hier in het Westen in slaap gesust door ons goede leven. Wat dat goede leven kan verstoren, weten we liever niet. Defensie is dan de buffer tussen dat goede leven en de gruwel daarbuiten. Als de mensen dat zouden beseffen, zou er misschien meer respect zijn voor al die mensen die voor de veiligheid van anderen zorgen. Dan denk ik ook aan de politieman- en -vrouw in de straat. Of aan de brandweer.

Ook de verzekeringssector zou daaraan mogen denken als collega’s weer eens extra premies moeten betalen of gewoon niet verzekerd raken. Al is Defensie nu wel aan het onderhandelen met de politiek om dat in orde te krijgen.”

Heb je meegevochten tegen het kalifaat in Mosoel?

“Neen. Toen was ik al geen operator meer. Onze eenheid is tot nu 25 jaar onafgebroken in operatie geweest, vaak in meerdere landen tegelijk, maar Mosoel was ons laatste grote wapenfeit. Oorspronkelijk zijn we daar begonnen met de opleiding van Iraakse special forces in Bagdad. Naarmate het conflict vorderde, kregen we telkens een meer actieve rol. Tot onze jongens in Mosoel mee van voor zaten met de Iraakse special forces. Die waren het speerpunt. De enigen die in staat waren om IS te lijf te gaan.”

“Mosoel was als Stalingrad. Straat per straat, huis voor huis. Achter elk wrak, achter elke deur, in iedere kamer kon een boobytrap liggen. Tachtig tot negentig procent van de IS-strijders had een bommengordel aan. Niet met de gewone bereidheid om te vechten, maar met de zekere wil om te sterven. Waarbij ze ook burgergijzelaars gebruikten. Klassiek is dan een gebouw waar het gelijkvloers vol boobytraps ligt, op de eerste verdieping de IS-strijders zitten en op de hoogste verdieping de gijzelaars. Ze lokten wel eens de Iraakse special forces naar binnen en bliezen dan het hele gebouw op.”

Deden de Belgen mee aan die huis-aan-huisgevechten?

“Neen. De gevechten werden uitgevoerd door de Iraakse collega’s. Onze ploegen zaten meestal bij de commandopost waar we de leidende officieren adviseerden en hen beelden konden laten zien van onze drones. Tegelijk stonden we ook in contact met de geallieerde luchtsteun.”

Heb je zelf ooit mensen uitgeschakeld?

“No comment. Dat vind ik een onbeleefde vraag.”

Niet als dat een onderdeel is van het takenpakket. Laat ik de vraag anders stellen: is elke operator ook een scherpschutter?

“Neen. Wapens met lange dracht vragen een heel specifieke training.”

Zit er in elk operatorteam een scherpschutter?

“Ja. Je hebt doorgaans een teamleider, zijn adjunct, een sniper, een breacher…”

Een breacher?

“Dat is de explosievenexpert die overal binnengeraakt. Als het niet door de deur is, dan door de muur. Als het niet over de grond kan, dan langs het dak. Verder heb je in zo’n team nog de medic en de communicatiespecialist. En dan mag ik ook niet onze honden vergeten, net zozeer collega’s. Al wordt elke ploeg samengesteld in functie van de opdracht. Als drie man volstaan, dan sturen we drie man. Als we er vijftien nodig hebben, gaan we met vijftien. We werken zeer flexibel, helemaal in functie van onze taak.”

Wat was jouw specialisatie?

“Ik heb te lang in het vak gezeten. Ik heb ze allemaal gedaan.”

Hoe beleeft het thuisfront dat?

Fly: “Ik ben al 27 jaar bij dezelfde vrouw. Al beseffen we goed dat de partner veel water bij de wijn moet doen.”

Erna: “Héél veel water. Fly is vaak weg geweest. Soms zeven à acht maanden per jaar. Alles wat we planden, kon wegvallen. Het ergste was het alleen zijn en die ongerustheid.”

Fly: (glimlacht tegen Erna) “Je weet toch dat ik onkwetsbaar ben.”

Erna: “Al was er altijd contact, ook als hij in het buitenland was. Nu is hij veel meer thuis. Achteraf bekeken was het een devil run, maar aan het eind ben ik blij dat ik niet heb opgegeven.”

Was je onkwetsbaar?

Erna: “Je kan misschien vragen welk deel van zijn lichaam ze niet opgelapt hebben.”

Fly: “Opsommen zou belachelijk zijn.” (Doet het toch) “De twee voorste kruisbanden van mijn knieën gescheurd, de twee meniscussen verwijderd, drie keer aan een schouder geopereerd en nog wat kleinere zaken: gebroken tenen, afgescheurde gewrichtsbanden, kleinere botbreukjes in de hand, een gebroken rib en hernia’s in overvloed…” (Tegen Erna) “Vergeet ik iets?”

Op training of in operatie?

“Allebei.”

Echt niet gevloekt op die dag dat je operator wilde worden?

“Neen. Als ik gewond was, had ik vooral spijt dat ik dingen miste. En zo zitten we allemaal in elkaar. Supergemotiveerd om die job te doen.”

Hebben ze je ooit moeten repatriëren?

Erna: “Dat liet hij niet gebeuren.”

Tot slot, hoe kijk je nu naar Kamp Waes?

“Opdracht geslaagd. Kamp Waes was randanimatie, onze corebusiness zijn de operaties. We zijn geen tv-makers, maar we hebben dit wel aangepakt alsof het een opdracht was. We hebben dit er tussendoor bijgedaan om meer visibiliteit te krijgen voor Defensie en nieuwe rekruten te kunnen aantrekken.”

Dus het was propaganda?

“Ja. We wilden dit al in 2008 maken. Om allerlei redenen ging het niet door. Tot productiehuis De Mensen in 2018 opnieuw bij mij kwam aankloppen met de vraag of ik nog interesse had. Ja dus.”