Special forces-instructeur Fly: "De para­commando’s. Dat was mijn grote droom, al van toen ik jong was."

04.02.2020 0 8274

Special forces-instructeur Fly over het succes van Kamp Waes
F Debrock

Fysiek en mentaal lijden zijn er om te omarmen. Toch als het van Fly afhangt. De enigmatische instructeur uit Kamp Waes bereidt de volgende generatie Special Forces voor op het slagveld. ‘De druk en de emoties van deze job creëren onuitwisbare herinneringen, dat werkt verslavend.’

In de trappenhal die naar het bureau van Fly leidt, hangen de zwart omlijste portretten die verklaren waarom hij liever niet over zichzelf praat. Jongemannen zijn het, ernstig in de lens kijkend; Special Forces gesneuveld voor het vaderland. Als Fly – iedereen kent hem onder die naam – in de media komt, doet hij dat om de inspanningen van zijn eenheid te promoten. Niet omdat hij zelf in de belangstelling wil staan. Dat benadrukt hij.

Nochtans kent half Vlaanderen zijn karakteristieke gezicht, met een oogopslag die meteen duidelijk maakt dat hij geen bullshit tolereert. Hij is een instructeur van de kijkcijferhit Kamp Waes, waarin vijftien gewone Vlamingen zich door een fel afgeslankte en in­gekorte versie van de opleiding van de Special Forces spartelen, met wisselend succes. Fly staat immer paraat om de van slaap ­gedepriveerde, ontmoedigde en compleet uitgeputte vrijwilligers het bos in te jagen voor een zoveelste nachtelijke oriëntatieloop met zware rugzak en extra gewichten.

‘Speel ik de slechterik? Nee, als instructeur moet ik rechtlijnig zijn. De Special Forces hebben hun criteria en gaan die nooit verlagen. Zelfs niet voor de televisie. Ook al was dat een enorm risico voor het productiehuis: als iedereen al na twee dagen had opgegeven, was er geen programma meer geweest’, zegt de 52-jarige Regimental Sergeant-Majoor. ‘Oud fossiel’, verduidelijkt hij die rang. Omdat Fly niet meer in het veld actief is, mag hij herkenbaar in beeld komen. Zijn echte naam wil hij niet prijsgeven.

Kunt u het succes van ‘Kamp ­Waes’ verklaren?

‘In alle bescheidenheid: we hadden dit voorspeld. Er was de factor Tom Waes, er was het harde werk van het productiehuis De Mensen en er was de controverse die we bewust gecreëerd hebben. Mochten de scènes over hoe wij gijzelingen trainen in aflevering één gezeten hebben, dan was het programma vroegtijdig stopgezet.’

Daarin zagen de kijkers hoe de kandidaten op hun hielen getrapt werden, hoe ze ijskoud water over zich heen kregen en hoe ze bij de keel gegrepen en door elkaar geschud werden. Waarom wil iemand dat vrijwillig ondergaan?

‘Waarom wil iemand bij de Special Forces? Dezelfde reden waarom mensen nieuwe werelden willen ontdekken of zichzelf willen overtreffen. Hoe moeilijker de klim naar de top van de berg, hoe groter de voldoening bij het bereiken ervan – dat speelt ook. Bovendien lever je een bijdrage aan de maatschappij.’

‘Ikzelf kwam van de para­commando’s. Dat was mijn grote droom, al van toen ik jong was. Maar na enkele jaren had ik alles wel al eens gezien. De Gespecialiseerde Verkenningsploegen, zoals de Special Forces toen heetten, was een stapje hogerop. Ik ervaar die zes maanden opleiding nog steeds als de meest intense periode van mijn leven. Als ik mijn ogen sluit, zie ik nog altijd de tochten voor me die ik toen moest maken. Van het moment dat ik hier binnen ben gekomen tot nu heb ik geen enkele week hetzelfde gedaan.’

Is de meedogenloosheid van Kamp Waes, en bij uitbreiding de hele opleiding, bij momenten geen onnodig machtsvertoon?

‘Vanuit de luie zetel is het makkelijk natuurlijk. Ik daag iedereen uit om eens te zoeken naar filmpjes van IS, wat zij doen met diegenen die niet over dezelfde overtuiging als zij beschikken. Dan is Kamp Waes een heel zwak afkooksel van de realiteit.’

(doceert) ‘Om militairen klaar te stomen, niet alleen om te overleven, maar ook om te functioneren in een conflictomgeving, moeten ze voorbereid zijn op fysiek en mentaal lijden. Fysieke ontbering, een tekort aan calorieën, geen slaap. Maar in tegenstelling tot andere elite­-opleidingen, zoals de para’s, breken we onze kandidaten niet af om daaruit groeps­cohesie te creëren. We maken het steeds zwaarder voor ieder individu. Elkaar helpen is verboden bij ons. Wij halen er zo de sterkste karakters uit en maken daar een team van.’

Het trauma van Rwanda

Het bureau van Fly, met bijbehorende barruimte, vertelt meer over zijn leven dan hij zelf bereid is prijs te geven. Souvenirs aan missies op plekken waar een mensenleven nog geen dollar waard is, handboeken over de nieuwste vechtsporttechnieken, een groot portret van het koningspaar en vooral: motto’s alom. Op een banner tegen de muur staat dat van het opleidingsprogramma van de Special Forces. ‘Hoop niet op een makkelijk leven, train om een moeilijk te doorstaan.’ Zijn eigen lijfspreuk hangt er ook. Samen­gevat: als de bijl te kort is, moet je een stap dichterbij zetten. Problemen zijn er niet om uit de weg te gaan, maar om ze meteen aan te pakken.

Terwijl het veel comfortabeler is om in de zetel te blijven liggen en iemand anders het probleem te laten oplossen.

‘Wat is de definitie van stress? Dat is alles wat het lichaam en de geest als onaangenaam ervaren. Iemand die zijn werk graag doet, ervaart dat niet als stresserend.’

Akkoord, maar voor de Special Forces vertaalt die stress zich in situaties op leven en dood, iedere opdracht opnieuw. Een hele carrière lang. Dat is toch iets anders?

‘De druk en de emoties van deze job creëren onuitwisbare herinneringen, dat werkt verslavend.’

Zelfs al zien jullie veel leed passeren?

‘Het is niet omdat we Special Forces zijn, dat we ongevoelig zijn. Maar wij hebben een taak uit te voeren. Wij krijgen onze opdrachten van de politiek, die daarbij niet alleen rationeel beslist, maar ons ook naar eer en geweten uitstuurt. Vaak gebeurt dat ook binnen een groter geheel: de Navo, de EU, bilaterale afspraken. Intern hechten we bij de Special Forces een groot belang aan “morele integriteit”, waarbij we verwachten dat ieder lid handelt naar onze eigen normen en waarden. De regels die we onszelf opleggen, zijn meestal strenger dan wat er van een doorsnee militair verwacht wordt.’

Als u het over die taak van de Special Forces heeft, zou u die dan willen illustreren met een recente missie?

‘We zijn net terug uit Irak, daar hebben we een grote bijdrage geleverd om het wespennest van IS te verdelgen. De dreiging is niet voorbij, maar het kalifaat is wel opgehouden te bestaan. Onze taak daar is enkele jaren geleden begonnen met het opleiden van lokale Special Forces. Naarmate het conflict zich uitbreidde, zijn we er ook een actievere rol gaan spelen.’

Hoe ziet die actieve rol er dan uit?

‘Wij bestrijken een heel spectrum, dat gaat van diplomatie over beïnvloeding tot totale oorlog. Als we bijvoorbeeld in een sluimerend conflictgebied terechtkomen, zouden we in contact kunnen komen met clanleiders door ontwikkelingssamenwerking, we installeren dan een waterput, bouwen een schooltje of dienen medische zorgen toe.’

‘Een volgende stap zou het opleiden van lokale legers of milities kunnen zijn om een zwak staatsapparaat te ondersteunen. Rechtstreekse beïnvloeding kortom. En in de laatste stap kom je bij geweld uit. Onze jongens zien er bijvoorbeeld op toe dat de bommen die door vliegtuigen afgeworpen worden, hun doel bereiken. Of ze halen een militieleider die problemen veroorzaakt uit zijn bed en steken hem achter slot en grendel. Tachtig procent van onze job is preventie. De overige twintig procent is meer brutaal.’

Jullie doden?

(zucht) ‘Doodgaan is het grondbeginsel van ieder leven. Ons werk draait om geweld. Of we het nu zelf toepassen, ondergaan of verhinderen.’

Hebt u zelf gedood?

(zwijgt)

Welke mislukkingen hebben jullie ervaren?

‘Ik kan me vooral gemiste kansen voor de geest halen: waar we een significant verschil hadden kunnen maken voor onze nationale veiligheid, maar waar de politiek heeft nagelaten om van onze diensten gebruik te maken. Daar speelt risicoaversie: het trauma van Rwanda zindert nog na. Dat maakt dat men bang is om ons te in te zetten voor waar we goed in zijn. En goed zijn we: als Special Forces kunnen we ons gemakkelijk en snel aanpassen aan de veranderende wereld. Dat is nodig. Oorlog is darwinisme op steroïden.’

In slaap gesust

Op de salontafel van Fly ligt een recente studie van de VUB die de correlatie onderzoekt tussen het IQ van de Special Forces­kandidaten en hun slaagkans in de opleiding. Wie onder een bepaald niveau zakt, maakt nul kans. Wie de Bergham Run, 8 kilometer met een zware rugzak op bottines, niet onder de 45 minuten loopt, haalt evenmin het einde van de rit, blijkt in de praktijk. Wat een goede SF-operator maakt? Fly, droog: ‘Met een 2PK rijd je geen Formule 1-wedstrijd. Maar wat iedereen, al die heel verschillende karakters, hier gemeenschappelijk heeft, is die onverzettelijke wil om door te gaan.’

Trekken jullie nu meer kandidaten door het succes van ‘Kamp Waes’?

‘Dat zien wij niet. We kunnen alleen intern, binnen Defensie, ­rekruteren. Nochtans waren wij graag begin dit jaar van start gegaan met het headhunten van getalenteerde jongeren. Ik denk spontaan aan laatstejaarsstudenten burgerlijk ingenieur, die nu al vijf werkaanbiedingen, een mooie auto en een riant salaris incluis, hebben. Waarom zouden wij daar niet naast mogen staan?’

Moest het programma het imago van Defensie ook verbeteren?

‘Een van mijn persoonlijke ­redenen om Kamp Waes te maken, was om meer respect af te dwingen voor het beroep van operator, bij uitbreiding van militair. In onze samenleving vindt iedereen veiligheid vanzelfsprekend. We zijn in slaap gesust door het succes van onze welvaartsstaat, ondanks de pijnlijke wake-upcall die we enkele jaren geleden kregen in Maalbeek en Zaventem.’

‘Defensie heeft ook te lang het imago van Xavier Waterslaeghers uit FC De Kampioenen met zich meegedragen, gevoed door iedereen die tijdens zijn legerdienst vooral pinten heeft gedronken. Dat beeld is niet meer correct: overal ter wereld worden wij geprezen voor onze aanpak, omdat wij er goed in slagen ons te integreren op de plaatsen waar wij aan het werk zijn.’

Is er nog een gezond leven te leiden naast het bestaan van een Special Forces-operator?

‘Ik ben al 27 jaar bij dezelfde vrouw. Zij verdient een standbeeld. (lacht) Het is een kwestie van afspraken: uiteindelijk ben je tweehonderd dagen per jaar weg van huis. Als je een familieleven opbouwt, moet je een partner vinden die met die situatie kan leven. Als ik met oudere operatoren spreek, is de enige klacht die ik hoor: ik heb mijn kinderen niet zien opgroeien. Maar ik ken niemand die zonder spijt is weggegaan. Dit werk raak je niet beu.’

Waarom bent u dan gestopt als operator?

‘Omdat het moest. (lacht) Dat was vijf jaar geleden. Ik was oud en versleten. Mijn zicht was zo achteruitgegaan dat ik niet meer zou slagen voor de schiettest. Het moment dat je dreigt de rest van je ploeg op te houden, stop je er maar beter mee. Het was de zwaarste beslissing van mijn leven.’

Wat zou Fly doen, mocht hij geen militair zijn?

‘Ik kan mij geen ander leven voorstellen. En ik had geen ander leven gewild.’